November is de maand van de suikerziekte, ook voor dieren.

Hoe kun je erachter komen dat je huisdier suikerziekte heeft? De belangrijkste symptomen van suikerziekte zijn: vermageren, veel drinken en veel plassen. Signaleer je een van deze symptomen bij jouw huisdier, kom dan even langs. Bij suikerziekte wordt te weinig insuline aangemaakt in de alvleesklier. Suiker is de belangrijkste energiebron, niet alleen voor ons maar ook voor jouw huisdier. Insuline zorgt ervoor dat de suiker in het lichaam opgenomen kan worden en houdt de suikerspiegel in het bloed constant. Zonder insuline zit er dus veel suiker in het bloed.

Hoe wordt suikerziekte behandeld?                                             

Je huisdier krijgt dagelijks extra insuline toegediend door middel van een injectie. Hoeveel dat moet zijn, is vooral bij de hond sterk afhankelijk van wat hij eet. Het is daarom belangrijk om de hoeveelheid voer per dag constant houden. Honden eten bij voorkeur twee keer per dag op een vaste tijd. Katten mogen de hele dag door blijven eten. Voor dieren met suikerziekte is ook een speciaal dieet beschikbaar dat ondersteuning biedt. In het begin controleert de dierenarts regelmatig het bloed van je huisdier om de insulinebehoefte te bepalen. Uiteindelijk zul je zelf je huisdier insuline gaan prikken. Dit lijkt eng, maar in de praktijk blijkt dat het snel went.

Waar moet je op letten?

Het is heel belangrijk dat je je huisdier elke dag op dezelfde tijd insuline geeft. En je moet ervoor zorgen dat je huisdier nooit teveel insuline binnen krijgt. Bijvoorbeeld omdat het dier te weinig of niet eet en je toch insuline prikt. Hierdoor krijgt hij een tekort aan suiker in het bloed (hypo) en kan hij gaan wankelen, flauwvallen of zelfs in coma raken. Een hypo kan zes tot twaalf uur na de insuline injectie optreden. Als je huisdier een hypo heeft, geef dan direct honing of gewoon (druiven-)suikerwater in de bek. De suiker wordt door het mondslijmvlies opgenomen en zodra je huisdier weer helder is, mag hij weer wat gewoon voer eten. Daarna even overleggen met de dierenarts over wat er verder gedaan moet worden. Als je huisdier braakt of niet wil eten, geef dan geen insuline! Ga je een dagje weg, geef dan niet op een ander tijdstip insuline. Geef ook nooit meer insuline dan met de dierenarts is afgesproken. Sla het spuiten van de insuline liever een dagje over. Als je twijfelt of je wel genoeg insuline gegeven heeft, spuit dan niet nog een keer maar laat het zo. Alleen teveel insuline spuiten kan gevaarlijk zijn, niet of te weinig spuiten niet! Bewaar insuline altijd in de koelkast en zwenk het flesje goed voor gebruik.

 

 

Meld een spoedgeval

Bel meteen met dit nummer

0592 309 903

We zijn altijd bereikbaar

Stuur een email Onze locatie Spreekuren