Tips voor de kat tijdens warme dagen.

Katten zijn slimme dieren en zullen er zelf voor zorgen niet oververhit te raken. Toch is het goed om te weten hoe je oververhitting bij een kat kunt herkennen. Wat kun je nog meer doen om je kat door de warme zomerdagen heen te helpen?

Zweten

Katten zweten nauwelijks. De enige plek op het kattenlichaam waar ze daadwerkelijk zweten, is onder hun voetjes. Een effectieve manier om overtollige warmte kwijt te raken, zoals bijvoorbeeld bij mensen, is het echter niet.

Katten zijn van oorsprong woestijndieren en daar waar weinig water is, is het niet handig om kostbaar vocht uit te zweten. De vacht van de kat doet daarom dienst als prima isolator. Ofschoon veel katten het heerlijk vinden om in de zon te ‘bakken’, zie je een gezonde kat na een tijdje toch de schaduw opzoeken. Katten kunnen wel degelijk last krijgen van oververhitting.

Verkoeling op een warme dag

Zorg ervoor dat de kat verkoeling kan zoeken in huis: tegels in de gang of badkamer, zet een kamer open waar weinig zon komt etc.

Zet pas ’s avonds ramen open.

Wees voorzichtig met kantelramen, elk jaar sterven weer katten die klem komen te zitten in zo’n kantelraam. Dit is makkelijk te voorkomen door er een opgerolde handdoek in te stoppen of met behulp van een eenvoudig beschermrekje .

Laat je kat niet in de auto achter, ook niet voor even. Een auto kan binnen enkele minuten een oven worden, ook als je de ramen op een kiertje zet.

Kan je kat naar buiten, dan moet hij schaduwplekken kunnen opzoeken en ook buiten steeds vers water ter beschikking hebben.

Het balkon kan ongelooflijk heet worden, zorg dat je kat altijd naar binnen kan.

Vergeet niet om de oren van lichtgekleurde katten in te smeren met geschikte zonnebrandcrème!

Vissen

Zorg voor voldoende vers en koel drinkwater, op meerdere plekken in huis. Ververs het enkele keren per dag, doe er eventueel een ijsblokje in.

Sommige katten vinden het heel erg leuk om met water te spelen. Een teil op het terras met bijvoorbeeld robotvisjes is voor veel katten een groot succes .

Oververhitting

Dit komt zelden voor bij katten, vooral omdat ze zich beperken in hun beweging als het warm is. Maar als een kat per ongeluk opgesloten raakt op een hete zolder of op een terras zonder schaduw kan het zeker gebeuren. Wees ook voorzichtig met spelen, maak het niet te wild als het warm is!

 

Dit zijn enkele van de symptomen van oververhitting:

lusteloosheid

overgeven of diarree

kwijlen

koorts (de normale lichaamstemperatuur voor een kat is 38 — 39 graden)

hijgen. Denk niet dat een kat hijgt om zijn warmte kwijt te raken, want op dat moment is de kat al in kritieke toestand!

Wat moet je doen bij oververhitting?

Bel meteen de dierenarts (0592-309903), want oververhitting is levensbedreigend. Begin zelf alvast met koelen en ga dan naar de praktijk.

Leg (lauwe, geen koude!) natte handdoeken onder de kat of tegen de buik, niet op de kat

Zet een kat nooit in koud water of onder de douche, want daardoor kan ze in shock raken

Geef de kat steeds kleine beetjes water te drinken, maar giet geen water in de bek van een bewusteloze kat

De Vaccicheck.

Vaccineren op maat bij de hond: de VaccicheckLabrador

Bescherming tegen besmettelijke ziekten

Het voorkomen van ziekten is beter dan genezen en soms is genezing helaas ook niet mogelijk. Het is daarom belangrijk dat uw hond gevaccineerd is tegen ziekten als Distemper (hondenziekte), HCC (besmettelijke leverziekte), Parvo, de ziekte van Weil (leptospirose) en besmettelijke hondenhoest (voorheen kennelhoest).

Er is al langere tijd een discussie gaande over de noodzaak van het jaarlijks vaccineren van honden. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de DHP-enting voor honden tegen Distemper, HCC en Parvo niet jaarlijks nodig is. Daarom vaccineert onze kliniek de DHP ééns in de 3 jaar; dat doen we al jaren zo op advies van het WSAVA-specialistencommité. Er zijn nieuwe studies uitgevoerd, die erop wijzen dat de bescherming van deze vaccinatie zelfs nog langer zou kunnen duren. De duur van de bescherming is bovendien verschillend per hond. Door de antilichamen in het bloed te bepalen, kunnen we op ieder tijdstip vaststellen of uw hond nog voldoende beschermd is.

Voor leptospirose (ziekte van Weil) en kennelhoest zijn geen antilichaambepalingen mogelijk. Een goede bescherming hiertegen kan alleen gegeven worden door jaarlijkse vaccinatie.

Niet vaccineren is geen oplossing Er zijn nog te vaak uitbraken van besmettelijke ziekten: ernstige ziekten die gemakkelijk (door te vaccineren) voorkomen hadden kunnen worden. Bovendien is leptospirose ook een bedreiging voor de mens: u kunt ernstig ziek worden wanneer uw hond besmet is.

Rabiës: De vaccinatie tegen rabiës (hondsdolheid) is wettelijk verplicht indien uw hond meegaat naar het buitenland.

Vaccineren: twee opties

Optie 1: Vaccineren volgens het standaard schema. Onderzoek heeft aangetoond dat ons vaste vaccinatieschema een goede bescherming geeft.

Optie 2: Alleen vaccineren als de antilichaambepaling (Vaccicheck) aangeeft dat het nodig is. (meten=weten)

Hoe gaat de Vaccicheck in zijn werk?

U kunt de Vaccicheck bij ons uit laten voeren. U maakt dan een afspraak voor de jaarlijkse gezondheidscontrole en vaccinatie met leptospirose en eventueel de hondenhoest (kennelhoest). Vervolgens neemt de dierenarts bloed af. Op een later tijdstip wordt de test uitgevoerd en geven we aan de hand van de uitslag een passend advies. U kunt de uitslag binnen een week verwachten.

Vaccicheck is dus een middel om de kwaliteit van de bescherming te meten. Het is een misverstand dat gebruikers van Vaccicheck tegen vaccinatie zouden zijn. Het tegendeel is waar. Het gaat om effectief vaccineren en meten of een vaccin al dan niet is aangeslagen. Door alleen te vaccineren als het nodig is, wordt onnodige belasting van het immuunsysteem van het dier voorkomen.

Vaccicheck Canine meet bij honden de bescherming tegen het Adenovirus-1(CAV), Parvovirus (CPV) en het Distempervirus(CDV)

Kosten van de vaccicheck

De kosten van de vaccinaties komen hier bovenop.

Blijkt uit de Vaccicheck dat u nogmaals langs moet komen voor vaccinatie, betaalt u hiervoor geen extra consultkosten.

Persoonlijk advies

Neem contact met ons op als u vragen heeft of voor een persoonlijk advies.

 

Konijnengedrag

Het konijn is niet meer weg te denken uit ons gezinsleven. Achter de hond en de kat staat steevast op nummer 3 het konijn. Toch is het konijn het meest onderschatte huisdier als het gaat om begrijpen wat het dier allemaal nodig heeft. Bijvoorbeeld, wel of geen maatje voor het konijn of misschien wel het leven in een groep.

Konijneneigenaren kiezen vooral konijnen uit op kleur,leeftijd, knuffeligheid, mooiheid of omdat ze uit hetzelfde nest komen, enzovoort.

Maar keuzes geven geen garantie dat de konijnen het onderling ook goed kunnen vinden.

Konijnen koppelen

Of het lukt konijnen aan elkaar te koppelen is afhankelijk van leeftijd, karakter en beschikbare ruimte. Wilde konijnen leven in een kolonie , bestaand uit meerdere groepen (rammen en voedsters). Wie niet in de groep past, word weg gejaagd. Er is altijd een rangorde, bij de voedsters word dit bepaald door de hormoonhuishouding (dus ook meer vechten onderling). De jongen in de groep zijn tot 3 maand beschermd. Dan worden de rammetjes verstoten, zij moeten hun eigen groep gaan stichten. De voedsters mogen blijven.

Tijdens een koppeling kan het er hard aan toe gaan  en veel mensen schrikken daar erg van. Soms zijn er schijngevechten waarbij de dieren met elkaar boksen, haren uit elkaars lijf trekken ,of grommend en happend achter elkaar aangaan.

Ongewenst gedrag is happen naar buik en genitaliën,en angst geluiden van één van de konijnen. De koppeling moet dan meteen worden afgebroken, de konijnen moeten uit elkaar gehaald worden om een gevecht met serieuze bijtwonden te voorkomen.

Vuistregel is wel bij het koppelen er moet een reactie zijn geweest tussen de konijnen. Zolang er geen confrontatie is geweest, positief of negatief, is de koppeling niet geslaagd. Positief is bijvoorbeeld elkaar meteen wassen, negatief is een serieuze knokpartij.

Samen of toch alleen?

Hoe tegenstrijdig het ook klinkt , een konijn is tenslotte een groepsdier.  Echter, sommige konijnen vinden het prima om alleen te zijn.

Ook kan een goed konijnenhuwelijk op de klippen lopen (zelfs na een paar jaar), dan is het toch beter de konijnen te scheiden of een konijn te vervangen door een nieuwe partner. Het gebeurt helaas regelmatig dat konijnen in hun laatste puberfase, zo rond de 9 maanden van karakter veranderen. Wat eerst een gezellig konijnenkoppeltje was, jaagt elkaar ineens het hok uit. De enige en beste oplossing is dan dit stel uit elkaar halen en nieuwe partners te vinden. Konijnen tanden zijn scherp en ze kunnen elkaar de oren en de genitaliën afbijten.

Koppelen is een vak.

Er bestaan speciale koppeldeskundigen.  Als er onduidelijkheid bestaat over het koppelen laat het dan over aan iemand met veel ervaring.

Konijnen en cavia’s.

Vaak worden konijnen en cavia’s samengehouden. Dit is niet verstandig. Hoewel de dieren elkaar over het algemeen tolereren, spreken ze een andere taal en hebben ze andere voedings- en levensbehoeften. Als cavia en konijn gaan vechten is de cavia het slachtoffer met vergaande gevolgen, soms met de dood tot gevolg.

De belangrijkste argumenten om konijnen  en cavia’s niet samen te houden is dat een konijn niets begrijpt van de piepgeluiden van een cavia.Voor een konijn betekent piepen pijn of doodsangst, terwijl de cavia zo met zijn soortgenoten communiceert. Daarnaast tonen konijnen elkaar genegenheid door elkaar te wassen. Cavia’s begrijpen dit niet  en kunnen agressief worden. Ook wat betreft de voeding is er een verschil. De cavia kan geen vitamine c aanmaken en heeft vers fruit en groente nodig, zeker 50 % van het dagelijks menu. Het dieet van een konijn bestaat uit hooi en grassen(80%), weinig groenten en minimaal fruit.

Bedenkt u dus voor de aanschaf van uw dieren dat het niet altijd liefde op het eerste gezicht hoeft te zijn.

Bron:Regionaal voorlichtingsbureau konijnen/ Vedias.

 

 

Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is de rups van een nachtvlinder. Op een groot aantal eikenbomen in vrijwel geheel Nederland kunt u in de maanden mei, juni en juli behaarde rupsen aantreffen. Deze rupsen gaan met name ’s nachts groepsgewijs op zoek naar voedsel (eikenbladeren). Na contact met de microscopisch klein, pijlvormige brandharen van deze rups kunnen klachten ontstaan zoals jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen of aan de luchtwegen.De meeste overlast bij dieren wordt gezien in de zomermaanden juni tot september. Brandharen van oude, dode rupsen en oude spinselnesten kunnen nog gedurende 5 tot 7 jaar problemen veroorzaken.

Door de hoge temperaturen van de afgelopen weken en mogelijk ook komende weken hebben veel rupsen hun nest verplaatst naar de voet van de eikenboom. Vaak hangen de verlaten nesten dan nog hoog in de boom. Met een beetje wind waaien die gemakkelijk weg en kunnen ze op mensen, dieren en auto’s terecht komen.

Bij honden en katten (let op, paarden, koeien en andere dieren lopen ook een groot risico omdat in buitengebieden vaak geen eikenprocessierupsen worden besteden) moet u extra alert zijn.
De bomen waarvan bekend is dat er een eikenprocessierups zit, is vaak gekenmerkt door een rood/wit lint om de stam.

 

De klachten die de eikenprocessierups onder andere kan geven zijn:

 

 

  • Heftig wrijven met de poot over de snuit
  • Pootjes heftig over de grond wrijven
  • Braken
  • Kwijlen
  • Zwaarder ademen/benauwd worden
  • Zwellen van de tong
  • Blaren in de bek

 

De dierenarts raadt u aan om direct te bellen, zij kunnen een injectie toedienen om de allergische reactie te doen afnemen en de schade te beperken.
Bron: RIVM

Eikenprocessierups

 

Waarom Chippen?

Let op:In de maand Juni kunt u dier laten chippen en registreren voor E 21.99

Al sinds 2013 moeten alle pups vóór de leeftijd van 7 weken verplicht gechipt moeten worden. En voor de leeftijd van 8 weken moet de chip geregistreerd staan. Als je jouw pup ná de leeftijd van 8 weken ophaalt, zal de fokker de chip moeten registreren op zijn naam. Daarna kun je de registratie van de chip op jouw eigen naam zetten. Hiervoor heb je 14 dagen de tijd. Gaat je hond mee naar het buitenland, dan is een chip verplicht.

Waarom zou je je huisdier laten chippen?

Jaarlijks lopen in Nederland duizenden katten, honden en andere huisdieren weg. Een groot deel daarvan, vooral katten, vindt de weg naar huis nooit meer terug. Veel van deze dieren komen via de dierenambulance in asielen terecht. Voor dieren die niet zijn geïdentificeerd en niet in een databank zijn geregistreerd, is het vrijwel onmogelijk de eigenaren te vinden! Een halsbandje met een adreskokertje lijkt een goede oplossing, maar helaas kan dit relatief gemakkelijk verloren gaan, vooral tijdens de avontuurlijke tochten die jouw huisdier soms maakt

Een dier dat vermist is, kan via de chip helaas (nog niet) opgespoord worden. Wel kan van een hond of kat die gevonden wordt, het baasje worden opgespoord door de chip uit te lezen. Zorg daarom ook altijd dat je gegevens up to date zijn. Sinds mei 2018 is de AVG van kracht (de opvolger van de Wet Bescherming Persoonsgegevens). Zodoende mag elk baasje aanvinken welke gegevens mogen worden getoond. Maar een telefoonnummer is toch wel zeer aan te raden! Ook als een dier bij een ongeluk om het leven is gekomen, kan het geïdentificeerd worden. Helaas bestaat er ook malafide hondenhandel, waarbij honden worden mishandeld en verwaarloosd. Willen we dit goed kunnen aanpakken, dan moet de herkomst van een hond kunnen worden achterhaald. Het chippen van dieren is daarbij een goed hulpmiddel.

Alleen chippen is niet voldoende!

De chip moet ook geregistreerd worden en op jouw naam en adres gezet te worden, anders kan men bij vermissing nog steeds niet achterhalen waar de het dier vandaan komt. Er zijn verschillende databases in Nederland waar je de chip van jouw huisdier kunt registreren. Daar zijn wel kosten aan verbonden net als voor het wijzigen van gegevens zijn kosten verbonden. De bekendste database in Nederland is de Nederlandse Databank Gezelschapdieren (NDG). In onze praktijk gebruiken we de Backhomeclub van Virbac. Komt jouw hond uit het buitenland, dan moet je de chip ook binnen 14 dagen registreren. Ben je maximaal drie maanden op vakantie in Nederland en ga je dan weer terug naar het buitenland, dan hoef je hem niet te registreren. Zorg wel dat de registratie in jouw eigen land goed geregeld is.

Gegevens zijn veilig bij de NDG en de Backhomeclub. Alle gegevens worden veilig opgeslagen en beheerd. Om gevonden huisdieren snel terug te brengen naar het baasje geeft de NDG door middel van de baasjeszoeker de mogelijkheid om met het chipnummer de naam van het huisdier, de woonplaats en het telefoonnummer van de eigenaar op te vragen. Met dit systeem zorgen dierenartsen en dierenambulances er ieder jaar voor dat duizenden huisdieren weer veilig thuis komen.

Waar kun je je huisdier laten chippen?

Heb je een hond met stamboom, dan zal de Raad van Beheer de pups komen chippen vóór de leeftijd van zeven weken, dus als jouw pup nog bij zijn fokker is. Ook mogen mensen die beroepsmatig chippen een chip plaatsen. De meeste dieren worden door een dierenarts gechipt. Dat kan ook bij ons.

Wat is een chip precies?

Een chip is zo groot als een rijstkorrel. Het is een klein buisje met daarin micro-elektronica zonder batterij. De chip heeft een onbeperkte levensduur en is geschikt voor vrijwel alle diersoorten. De chip bevat een code, maar is zelf niet actief. Ondertussen zijn er ook weer nog kleinere chips die 10.9 bij 1.6 mm zijn. De dierenarts heeft een scanapparaat en als hij deze in de buurt van de chip houdt dan zendt deze het unieke chipnummer terug naar het scanapparaat. Het chipnummer bestaat uit 15 cijfers. De eerste 3 cijfers vormen de landcode. Voor Nederland is de landcode 528.

Doet het plaatsen van een chip pijn? Met behulp van een vlijmscherpe injectienaald wordt de chip onder de huid gebracht. De chip wordt geplaatst ter hoogte van de linkerschouder. Aangezien de chip klein is en de naald scherp is, is het plaatsen van een chip niet echt pijnlijk. Laat ook de chip regelmatig controleren, bijvoorbeeld bij de jaarlijks vaccinaties.

U kunt ten alle tijde ook zelf een controle uitvoeren als u het chipnummer invoert op http://www.chipnummer.nl

 

Hoeveel moet een kat per dag drinken?

Een normaal gezonde kat moet dagelijks tussen de 40 ml en 60 ml water per kilo lichaamsgewicht drinken. Uit zichzelf drinken ze niet zoveel maar katten moeten wel voldoende vocht binnenkrijgen om blaasproblemen en andere nierproblemen te voorkomen. Op hoe meer plekken in huis vers water tot beschikking van de kat staat, hoe meer hij wordt gestimuleerd te drinken. Blikvoer bestaat voor een groot gedeelte uit water. Krijgt de kat dit te eten, dan drinkt hij natuurlijk wat minder. De behoefte is dus afhankelijk van de grootte, de activiteit, de temperatuur van je kat. En of hij droog- of natvoeding eet. Aandoeningen als hoge bloeddruk, nierziektes en diabetes kunnen de waterbehoefte enorm doen toenemen. Katten hebben, zeker in vergelijking met mensen, zeer weinig water nodig om te overleven. Katten kunnen hun urine namelijk zeer goed concentreren en lijken in dat opzicht haast wel woestijndieren.

Drinkfonteintjes zijn bijzonder aantrekkelijk voor katten; het stromende water nodigt uit tot consumptie. Houd er echter wel rekening mee dat dergelijke waterfonteintjes behoorlijk wat herrie kunnen maken en natuurlijk de nodige stroom verbruiken. Ondanks dat er fonteintjes zijn met koolfilters etc. moet ook hier het water dagelijks ververst worden en het apparaat regelmatig schoongemaakt om bacteriën te voorkomen. Een drinkfonteintjes echter zeer uitnodigend voor katten en draagt er zeker toe bij dat de kat voldoende vocht binnen krijgt. Een kat lust wel melk maar het is niet goed voor ze! Van melk of melkproducten als yoghurt en slagroom, kunnen ze aan de diarree raken.

Nieuw vaccin voor konijnen!

Het nieuwe vaccin voor konijnen is nu beschikbaar!

Dit vaccin beschermt een konijn 1 jaar tegen zowel myxomatose en RHD1 als RHD2.

Hiermee is een konijn met 1 injectie dus beschermd tegen alle bekende en dodelijke konijnen-virussen.

We werken alleen op afspraak, bel: 0592-309903

 

Natuurlijk wil je je konijn zo lang mogelijk gezond houden.Lees hieronder wat je kunt doen, om je konijn zo goed mogelijk te beschermen tegen de gevaarlijke konijnenziekten myxomatose, RHD1 en RHD2.

Myxomatose

Myxomatose wordt veroorzaakt door een virus. Dit virus wordt vooral overgebracht door bloedzuigende insecten, zoals muggen en vlooien, maar kan ook door direct contact tussen konijnen verspreid worden.

Als je konijn besmet is met myxomatose, zie je dat het eerst aan dikke, vochtige zwellingen op de kop en de snuit van je konijn. Ook elders kunnen zwellingen ontstaan. Binnen een paar dagen kunnen de zwellingen rond de ogen zo ernstig worden dat ze blindheid kunnen veroorzaken. Eten en drinken wordt steeds moeilijker en gewoonlijk leidt de ziekte binnen 2 weken tot de dood.

RHD(VHS of VHD)

RHD(Rabbit haemorrhagic Disease) wrdt ook door virussen veroorzaakt, namelijk door het RHD1 of het RHD2 virus. Bij beide varianten sterven konijnen zeer snel, vaak zonder dat er sprake is van ziekteverschijnselen, afgezien van een periode van een paar uur waarin ze sloom en lusteloos zijn.

Bij konijnen die langer blijven leven, kunnen de symptomen sterk variëren. Mogelijke symptomen zijn koorts en stuiptrekkingen, waarna het konijn in een dodelijke coma terechtkomt. In sommige gevallen wordt vlak voor de dood nog een bloederige afscheiding uit de neus waargenomen.

* Vaccineer je konijn jaarlijks tegen myxomatose én RHD1 en RHD2

* Bezoek jaarlijks je dierenarts voor een gezondheidscontrole. Je konijn wordt dan helemaal onderzocht, waarbij ook de tanden kunnen worden gecontroleerd.

*Voorkom -waar mogelijk-contact met wilde konijnen, muggen en vlooien.

*Gebruik een vlooienmiddel tegen vlooien. Let op dat je wel een middel gebruikt dat voor konijnen is geregistreerd is. Sommige honden-en kattenvlooienmiddelen zijn dodelijk voor konijnen.

*Bestrijd muggen met insectenwerende strips en netten(klamboes). Ook droge bedding helpt muggen tegen te gaan.

 

 

 

 

Het gebit van uw pup.

Het gebit van uw pup

Een pup heeft in de eerste levensmaanden nog een melkgebit. Deze bestaat uit snijtanden, hoektanden en kiezen. Vanaf de 4e maand gaat een pup wisselen en krijgt deze het permanente gebit. De wisseling kan wat gevoelig zijn waardoor de pup wat last heeft met brokken eten.

Wanneer gaat mijn pup wisselen?

Voor de wisseling kunt u globaal het volgende schema aanhouden
Snijtanden:    3-5 maanden leeftijd
Hoektanden: 4-6 maanden leeftijd
Kiezen:           4-5 maanden leeftijd

De meest voorkomende afwijkingen aan het gebit van een pup zijn:

  • Te weinig tanden/kiezen
  • Verkeerde stand van kiezen/hoektanden
  • Blijven staan van 1 of meer melkhoektanden
  • Over- of onderbeet

In alle gevallen is het goed ons te raadplegen, de meeste gebitsaandoeningen kunnen op jonge leeftijd goed behandeld worden. Over- of onderbeet is in principe niet schadelijk maar verergering kan met de juiste behandeling voorkomen worden.

Moet ik het gebit van mijn pup onderhouden?

In principe heeft het gebit van uw pup weinig onderhoud nodig. U doet er echter goed aan uw pup te wennen aan het poetsen van het gebit. Regelmatig poetsen van het gebit kan op volwassen leeftijd kan veel gebitsproblemen voorkomen.

Maand van het gebit

 

De maand februari is bij dierenartspraktijken traditiegetrouw de Maand van de Gebitsverzorging. Baasjes van honden en katten in Assen en omstreken kunnen tijdens deze maand bij dierenartspraktijk DSA terecht voor een gratis gebitscontrole en handige poetstips. Volgens ons is deze extra aandacht hard nodig, want net als bij mensen moet het gebit bij honden en katten dagelijks gepoetst worden. Baasjes kunnen tijdens spreekuren vragen stellen over tandenborstels, tandpasta en brokjes die helpen het gebit van honden en katten te verzorgen.

 

Goede gebitsverzorging is echt noodzakelijk…

Uit onderzoek blijkt dat 8 van de 10 honden en 2 van de 3 katten gebitsproblemen hebben, die bij de baasjes vaak onopgemerkt blijven. Verwaarloosde tand- en tandvleesproblemen kunnen echter leiden tot ernstige bloedingen en het uitvallen van tanden. Daarom is het voor veel baasjes heel nuttig om het gebit van hun hond of kat te laten controleren.

“Gebitsverzorging is noodzakelijk omdat het voedingspatroon en het fysiek van huisdieren in de loop der jaren zijn veranderd in vergelijking met hun voorouders die in het wild leefden”.

 

Laat deze maand nog het gebit van uw hond of kat gratis controleren!

Maak snel een afspraak:0592-309903

 

 

We nemen maatregelen om een virusinfectie te voorkomen.

Coronavirus en uw dieren(-arts)

In verband met de aangescherpte regels van het RIVM hebben wij als praktijk de volgende maatregelen getroffen;

 

  • Om het risico op Corona-infecties zo klein mogelijk te houden voor onze medewerkers geven
    we u geen hand op de praktijk.
  • We vragen u uw handen te desinfecteren bij binnenkomst in
    de praktijk.
  • Het dragen van een mondmasker is verplicht in onze praktijk.
  • Assistentes zullen uw taak bij de dierenarts evt. overnemen
  • Mocht u zelf griepachtige verschijnselen hebben en een spoedgeval met uw huisdier, neem
    dan contact op met de praktijk!
  • Heeft u geen spoedgeval, stel dan het bezoek uit tot u klachtenvrij bent.
  • Betalingen graag per pin i.p.v. cash.
  • Kom alstublieft alleen naar de praktijk.
  •  Denkt u bij een spoedgeval om de avondklok? Tussen 21.00 uur en 4.30 uur mag niemand zonder geldende reden buiten zijn. Mocht u tussen deze tijden onverhoopt een spoedgeval hebben en naar de praktijk moeten komen, denk er dan aan dat u een eigenverklaring nodig heeft. Deze vind u https://bit.ly/3a320Sm U moet uw gegevens invullen en aankruisen: Ik heb dringend medische hulp nodig of een dier heeft dringend medische hulp nodig. Met een toelichting. U mag dit formulier uitgeprint of digitaal laten  zien.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  Waaraan denken bij contacten met onze (landbouw-)huisdieren:U kunt uw hond en kat nog gewoon uitgelaten worden, ook samen met andere
    soortgenoten, beter is hierbij om contacten te beperken. Ook wanneer U
    geïnfecteerd bent met het coronavirus mogen uw huisdieren aangelijnd naar buiten.
    Echter:
    Bent u zelf geïnfecteerd? Het algemeen advies is dan om de verzorging van uw
    dieren aan anderen over te laten. Volg de algemene hygiëne-maatregelen. Bent u
    veehouder of paardenhouder en geïnfecteerd met het virus, vermijdt dan contact met
    de dieren, kom niet op stal en laat iemand anders voor de dieren zorgen. Dit Coronavirus is een ander virus dan het diarree-veroorzakende virus bij kalveren en andere diersoorten of luchtweginfectie veroorzakende corona-virussen bij varken en kip.

    Algemene hygiëne-maatregelen:

  • Graag uw handen desinfecteren bij binnenkomst op de praktijk.
  • Gezelschapsdieren niet laten likken.
  • Handen wassen na contact met gezelschapsdieren en zaken in de omgeving: voer, mand, ontlasting etc.
  • Handen wassen met water en zeep, minstens 20 sec, vooral na toiletbezoek, voor het eten, na het snuiten van neus, hoesten of niezen.
  • Wanneer er geen water / zeep beschikbaar is: gebruik een hand-desinfecterend middel op basis van alcohol met 60 – 95 % alcohol.
  • Gebruik een hand-desinfecterend middel en reinigingsdoekjes in toiletten, onderzoeksruimten en gemeenschappelijke ruimten.
  • Raak ogen, neus en mond niet aan met ongewassen handen.
  • Hoest of nies in elleboog of gebruik een papieren tissue en gooi deze vervolgens direct in de prullenbak.
  • Dank voor uw medewerking,
    Team DSA