Kattenziekte

Kattenziekte

Begin dit jaar is kattenziekte vastgesteld in Zuid-Holland, deze zomer ook in de regio Ermelo. Dit is een ernstige ziekte en voorkomen is beter dan genezen.

Wat is kattenziekte?

Kattenziekte wordt veroorzaakt door een parvovirus en is erg besmettelijk. Het leidt tot diarree en een sterke vermindering van afweercellen, waardoor katten erg gevoelig worden voor andere virussen en bacteriën.

Katten worden er erg ziek van en het sterftepercentage is hoog. Bij drachtige katten kan het leiden tot abortus en bij kittens tot blijvende hersenschade.

Katten raken besmet door contact met andere katten, besmette ontlasting van andere katten of besmette voorwerpen.

We kunnen het virus zelf niet bestrijden, maar alleen het lichaam zo goed als mogelijk ondersteunen.

De behandeling is ondersteunend: we geven infuus tegen uitdroging, medicijnen tegen braken, eventueel dwang- of sondevoeding en antibiotica. De antibiotica zijn nodig vanwege het lage aantal witte bloedcellen.

Vaccineren – ook binnenkatten!

Vaccinatie is erg belangrijk, om weerstand op te bouwen tegen kattenziekte. Vaccinatie geeft direct bescherming. Na 3 dagen is deze bescherming optimaal.

Als u een volwassen kat heeft die elke drie jaar is gevaccineerd tegen kattenziekte, is er niets aan de hand. Elk jaar moet wel de niesziekte gegeven worden. U kunt in het paspoortje zien of uw kat voldoende gevaccineerd is. Volwassen katten mogen maximaal 3 jaar geleden gevaccineerd zijn voor een goede bescherming. Een kitten is goed beschermd wanneer het 2 vaccinaties heeft gehad met ongeveer 3 weken tussentijd.
Mocht er een uitbraak in onze regio komen, dan raden wij aan om uw kat op 16 weken leeftijd een keer extra te vaccineren en de enting van 1 jaar leeftijd tussen de 9 en 12 maanden te geven.

Ook voor katten die niet buiten komen is het advies om te vaccineren.  Het gaat namelijk om een zeer besmettelijk virus dat makkelijk via kleding en schoenen van mensen kan worden overgedragen.

Vaccicheck

Wilt u liever niet (her-)vaccineren maar testen? Of controleren hoe de bescherming is?
DSA biedt een vaccicheck aan, die de antistoffen in het bloed test op kattenziekte (en niesziekte). Zo kunt u zien of uw kat goed beschermd is. Neem contact op met de praktijk voor meer informatie of om te controleren of uw kat voldoende vaccinaties heeft gehad.

 

Vriendelijke groeten,

 

Team DSA

 

Met dank aan de KNMvD.

 

De vaccicheck voor de kat.

Wat is de vaccicheck voor de kat?

De VacciCheck is een methode waarbij we in het bloed van uw kat meten of een vaccinatie tegen bovengenoemde ziektes noodzakelijk is. Met deze methode kijken wij namelijk naar de hoeveelheid antistoffen in het bloed (de titer) tegen deze ziektes. Deze titer geeft aan hoe hoog de mate van afweer is. Blijkt de titer hoog genoeg, dan is vaccinatie nog niet nodig, maar is de titer laag, dan is een vaccinatie nodig. De test is grondig onderzocht en biedt een simpele maar betrouwbare uitkomst.

Op welke ziekten kan er worden getest?

  • Panleukopenie (kattenziekte) (FPV)
  • Niesziekte (herpes) (FHV-1 of FHeV-1)
  • Niesziekte (calici) (FCV)

Hoe werkt het?

U komt één of tweemaal naar de kliniek met uw kat wanneer u gebruik wilt maken van de VacciCheck. Tijdens het eerste bezoek zal uw kat nagekeken worden en zal er een klein buisje bloed worden afgenomen bij uw kat. Dit bloed zal worden onderzocht met behulp van de test. Zodra de uitslag hebben van de test, zijn er twee mogelijkheden.

  • Mocht uw kat voldoende antilichamen hebben, dan hoeft u niet langs te komen en kunt u een jaar wachten tot het volgende VacciCheck moment.
  • Mocht uw kat onvoldoende antilichamen hebben tegen één of meerdere virussen, dan maken wij met u een tweede afspraak waarbij uw kat de benodigde vaccinatie krijgt. Afhankelijk van de geschiedenis van het vaccineren van de kat, is het eventueel nodig om nog een booster vaccinatie te geven.

Vaccicheck is dus een middel om de kwaliteit van de bescherming te meten. Het is een misverstand dat gebruikers van Vaccicheck tegen vaccinatie zouden zijn. Het tegendeel is waar. Het gaat om effectief vaccineren en meten of een vaccin al dan niet is aangeslagen. Door alleen te vaccineren als het nodig is, wordt onnodige belasting van het immuunsysteem van het dier voorkomen.

Castratie/Sterilisatie konijn actie!

In de maand September krijgt u 15% korting op de castratie/sterilisatie van uw konijn.

Dit krijgt u bij een normaal verloop van de operatie en is exclusief nazorg en medicatie.

Voor meer informatie kunt u terecht bij de assistente .(tel:0592-309903)

Deze actie geldt alleen bij directe betaling via pin, bij het ophalen van uw dier.

Tips voor paarden tijdens warme dagen.

Paarden kunnen goed met warmte omgaan, maar extreme warmte kan gevaarlijk zijn voor paarden. Dehydratie, sloomheid en algehele malaise kunnen het gevolg zijn van oververhitting. Ernstige hittestress kan diarree of zelfs koliek veroorzaken, dus voor de gezondheid van je paard is het belangrijk dat je op warme dagen enkele maatregelen treft.

 

Tips paarden en warm weer

  1. Pas je weideschema aan

 

Als je paard iedere dag een aantal uren buiten loopt, pas dan de tijden aan. Bij voorkeur ’s nachts naar buiten, overdag binnen. Als dat niet mogelijk is, probeer de weidegang dan zo vroeg mogelijk in de ochtend te organiseren.

 

  1. Zorg voor schaduw

 

Een schuilstal verdient de voorkeur, maar een bomenrij kan ook schaduw geven. Als dat niet aanwezig is, kun je overwegen om een partytent in de paardenwei te plaatsen, zodat je paard de mogelijkheid heeft om de schaduw op te zoeken.

 

  1. Laat de lucht bewegen

 

Een ventilator is een prima hulpmiddel om lucht te laten circuleren in de stal, maar gebruik ze met beleid. Een paard mag absoluut niet in de buurt kunnen komen van de ventilator zelf en pas ook op voor snoeren!

 

  1. Zorg voor voldoende koel water

 

Onbeperkte toegang tot vers, schoon en koel water is noodzaak. Ijskoud water is niet nodig, paarden drinken het liefst water van 15-20 graden.Zorg voor waterbak met voldoende omvang, in een kleine bak wordt het water snel warm.

 

 

 

  1. Stimuleer drinken

 

Als je paard erg weinig drinkt kun je overwegen om het hooi te besproeien met licht zout water. De zoute smaak zorgt er namelijk voor dat je paard meer gaat drinken.

 

  1. Geef elektrolyten

 

Onder warme omstandigheden, waarbij je paard veel zweet, heeft het lichaam elektrolyten nodig voor een goede vochtbalans. Met zweten verliest je paard namelijk ook veel lichaamszouten, zoals natrium en kalium. Zorg wel dat er altijd voldoende drinkwater beschikbaar is!

 

  1. Werk rustiger dan normaal

 

Hoewel paarden prima met warmte kunnen omgaan, is het niet prettig voor een paard om bij extreme temperaturen zeer zwaar werk te doen – dat zou je zelf ook niet fijn vinden. Als je niet op het absolute topniveau rijdt, neem het werk dan terug of verdeel het over twee korte sessies in de ochtend en de avond als de temperaturen wat zijn gedaald. Tip: haal na het rijden zo snel mogelijk alles van je paard af (zadel, evt. peesbeschermers etc.), zodat de warmte weg kan.

 

  1. Lekker afkoelen met water

 

Net als dat wij met warm weer graag afkoelen in het water, is dat voor paarden ook fijn. Even lekker afspuiten na het rijden of tussen de weidegang door zal voor de nodige verkoeling zorgen. Begin wel altijd met afspuiten bij de benen en werk van daaruit naar boven om je paard niet te laten schrikken en hem de kans te geven om aan het water te wennen.

 

  1. Voorkom dat je paard verbrandt door de zon

 

Een vliegendeken is heel fijn voor paarden als het warm is. Het geeft een soort ‘schaduweffect’ en het reflecteert de zon, waardoor het wat koeler is. Het werkt dus niet alleen tegen vliegen, maar ook tegen verbranden. Een lichte neus en andere haarloze plaatsen kun je insmeren met sunblock.

 

  1. Scheer paarden met een extreem dikke vacht

 

Paarden met PPID (Cushing) of pony’s met een lange vacht kunnen zichzelf veel beter koelen als je ze een handje helpt door de dikke vacht eraf te scheren.

Tips voor honden tijdens warme dagen.

Een hond geeft het vaak niet duidelijk aan als hij het te warm vind, bescherm je hond voordat het te laat is!
 
Oververhitting
 
Houd goed in de gaten of je hond niet oververhit raakt als het buiten warm is. Honden kunnen hun warmte alleen kwijt via hun voetzolen en door te hijgen.
 
Symptomen van oververhitting zijn te herkennen. Begint je hond erg te hijgen, te kwijlen of wordt hij sloom en loopt hij te strompelen of heeft hij een apathische blik ,dan kan het zijn dat je hond last heeft van de warmte.Als de lichaamstemperatuur te ver oploopt, kan de hond ernstige gezondheidsproblemen oplopen, in coma raken en sterven.
Ziet u deze symptomen neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de dierenartsenpraktijk:0592-309903.
 
Extra risicohonden
 
Let extra op oude honden en honden met zeer korte neuzen of honden met overgewicht en senioren zij lopen meer risico op oververhitting; houd ze goed in de gaten en neem zoveel mogelijk voorzorgsmaatregelen. Je voorkomt oververhitting door je hond niet in de directe zon te laten en niet te actief te laten zijn voor langere periode.
 
Actief met je hond
 
Wandel of fiets niet met je hond op het heetst van de dag, maar doe dit ’s ochtends of ’s avonds, en zorg voor voldoende koel vers water. Fiets bovendien alleen met je hond als hij dit gewend is en het echt noodzakelijk is en houd de afstand beperkt. Houd er rekening mee dat asfalt en zand heel warm kunnen worden en dat lang blijven; op gras loopt dan prettiger voor je hond.
Check ’s na de wandeling of activiteit de voetzolen van je hond, dan spoor je problemen sneller op.
 
Rem je hond op tijd af als hij te veel wil rennen of spelen. Teveel activiteit kan ook leiden tot problemen. Symptomen hiervan zijn sloomheid en braken.
 
Zwemmen
 
Houd je hond van zwemmen, laat hem dit dan doen. Maar ook hier, overdaad schaad. Laat hem niet overmatig veel zwemmen en van het zwemwater drinken.
Houd er ook rekening mee dat je hond niet overal welkom is of dat er sprake kan zijn van algen of ziektes in (stilstaand) water. Check dit dus van tevoren.
Zorg voor een handdoek waar de hond op kan liggen, een parasol of paraplu voor schaduw en vers water.
 
Soms kan water tot stikheet gaan broeien op de bovenkant van de van een hondenvacht,het is dan beter om alleen de pootjes en het buikje te baden.
 
Laat de hond maar lekker slapen,geef ze veel schaduw en vers drinkwater, sla lange wandelingen over. Even rustig aan!

Tips voor het konijn tijdens warme dagen.

• Ververs minstens 2x per dag het water,
• Zorg voor voldoende schaduwplekken
• Leg iets van ice pod, cool pad, flessen met koud of bevroren water in het hok
• Wikkel de flessen in een handdoek, voorkom bevriezing, maar nog belangrijker, een fles met water werkt ook als vergrootglas in de zon en kan brand veroorzaken in bodembedekking.
• Natte lakens op het hok gaan broeien, zorg voor een tussenruimte van ca 5 cm.
• Plakpoep of urinebrand? Controleer minstens 3x per dag je konijn op maden.
• Haal zieke dieren naar binnen
• RUST, RUST, RUST! Geef de konijnen rust en ruimte om hun eigen weg te bepalen.
• Zolang je konijn poept eet het. Het zal vandaag ongetwijfeld minder eten. Bied kleine hoeveelheden per keer aan.
• Maak de grond waar het konijn op ligt, de struiken waar het konijn onder en het konijn niet nat. Dit ruikt muf en trekt de vleesvlieg aan.
• Knip je langharig konijn niet kaal. Een vachtlengte van 3-3.5cm beschermt je konijn tegen de zon en zonnebrand.
• Ga niet koppelen, al is je konijn eenzaam, vandaag heeft het echt geen behoefte aan een maatje om tegenaan te liggen.
• Stel niet noodzakelijke operaties uit, dit geldt ook voor vaccinatie.
(bron:Stichting konijnen belangen)

Tips voor de kat tijdens warme dagen.

Katten zijn slimme dieren en zullen er zelf voor zorgen niet oververhit te raken. Toch is het goed om te weten hoe je oververhitting bij een kat kunt herkennen. Wat kun je nog meer doen om je kat door de warme zomerdagen heen te helpen?

Zweten

Katten zweten nauwelijks. De enige plek op het kattenlichaam waar ze daadwerkelijk zweten, is onder hun voetjes. Een effectieve manier om overtollige warmte kwijt te raken, zoals bijvoorbeeld bij mensen, is het echter niet.

Katten zijn van oorsprong woestijndieren en daar waar weinig water is, is het niet handig om kostbaar vocht uit te zweten. De vacht van de kat doet daarom dienst als prima isolator. Ofschoon veel katten het heerlijk vinden om in de zon te ‘bakken’, zie je een gezonde kat na een tijdje toch de schaduw opzoeken. Katten kunnen wel degelijk last krijgen van oververhitting.

Verkoeling op een warme dag

Zorg ervoor dat de kat verkoeling kan zoeken in huis: tegels in de gang of badkamer, zet een kamer open waar weinig zon komt etc.

Zet pas ’s avonds ramen open.

Wees voorzichtig met kantelramen, elk jaar sterven weer katten die klem komen te zitten in zo’n kantelraam. Dit is makkelijk te voorkomen door er een opgerolde handdoek in te stoppen of met behulp van een eenvoudig beschermrekje .

Laat je kat niet in de auto achter, ook niet voor even. Een auto kan binnen enkele minuten een oven worden, ook als je de ramen op een kiertje zet.

Kan je kat naar buiten, dan moet hij schaduwplekken kunnen opzoeken en ook buiten steeds vers water ter beschikking hebben.

Het balkon kan ongelooflijk heet worden, zorg dat je kat altijd naar binnen kan.

Vergeet niet om de oren van lichtgekleurde katten in te smeren met geschikte zonnebrandcrème!

Vissen

Zorg voor voldoende vers en koel drinkwater, op meerdere plekken in huis. Ververs het enkele keren per dag, doe er eventueel een ijsblokje in.

Sommige katten vinden het heel erg leuk om met water te spelen. Een teil op het terras met bijvoorbeeld robotvisjes is voor veel katten een groot succes .

Oververhitting

Dit komt zelden voor bij katten, vooral omdat ze zich beperken in hun beweging als het warm is. Maar als een kat per ongeluk opgesloten raakt op een hete zolder of op een terras zonder schaduw kan het zeker gebeuren. Wees ook voorzichtig met spelen, maak het niet te wild als het warm is!

 

Dit zijn enkele van de symptomen van oververhitting:

lusteloosheid

overgeven of diarree

kwijlen

koorts (de normale lichaamstemperatuur voor een kat is 38 — 39 graden)

hijgen. Denk niet dat een kat hijgt om zijn warmte kwijt te raken, want op dat moment is de kat al in kritieke toestand!

Wat moet je doen bij oververhitting?

Bel meteen de dierenarts (0592-309903), want oververhitting is levensbedreigend. Begin zelf alvast met koelen en ga dan naar de praktijk.

Leg (lauwe, geen koude!) natte handdoeken onder de kat of tegen de buik, niet op de kat

Zet een kat nooit in koud water of onder de douche, want daardoor kan ze in shock raken

Geef de kat steeds kleine beetjes water te drinken, maar giet geen water in de bek van een bewusteloze kat

De Vaccicheck.

Vaccineren op maat bij de hond: de VaccicheckLabrador

Bescherming tegen besmettelijke ziekten

Het voorkomen van ziekten is beter dan genezen en soms is genezing helaas ook niet mogelijk. Het is daarom belangrijk dat uw hond gevaccineerd is tegen ziekten als Distemper (hondenziekte), HCC (besmettelijke leverziekte), Parvo, de ziekte van Weil (leptospirose) en besmettelijke hondenhoest (voorheen kennelhoest).

Er is al langere tijd een discussie gaande over de noodzaak van het jaarlijks vaccineren van honden. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de DHP-enting voor honden tegen Distemper, HCC en Parvo niet jaarlijks nodig is. Daarom vaccineert onze kliniek de DHP ééns in de 3 jaar; dat doen we al jaren zo op advies van het WSAVA-specialistencommité. Er zijn nieuwe studies uitgevoerd, die erop wijzen dat de bescherming van deze vaccinatie zelfs nog langer zou kunnen duren. De duur van de bescherming is bovendien verschillend per hond. Door de antilichamen in het bloed te bepalen, kunnen we op ieder tijdstip vaststellen of uw hond nog voldoende beschermd is.

Voor leptospirose (ziekte van Weil) en kennelhoest zijn geen antilichaambepalingen mogelijk. Een goede bescherming hiertegen kan alleen gegeven worden door jaarlijkse vaccinatie.

Niet vaccineren is geen oplossing Er zijn nog te vaak uitbraken van besmettelijke ziekten: ernstige ziekten die gemakkelijk (door te vaccineren) voorkomen hadden kunnen worden. Bovendien is leptospirose ook een bedreiging voor de mens: u kunt ernstig ziek worden wanneer uw hond besmet is.

Rabiës: De vaccinatie tegen rabiës (hondsdolheid) is wettelijk verplicht indien uw hond meegaat naar het buitenland.

Vaccineren: twee opties

Optie 1: Vaccineren volgens het standaard schema. Onderzoek heeft aangetoond dat ons vaste vaccinatieschema een goede bescherming geeft.

Optie 2: Alleen vaccineren als de antilichaambepaling (Vaccicheck) aangeeft dat het nodig is. (meten=weten)

Hoe gaat de Vaccicheck in zijn werk?

U kunt de Vaccicheck bij ons uit laten voeren. U maakt dan een afspraak voor de jaarlijkse gezondheidscontrole en vaccinatie met leptospirose en eventueel de hondenhoest (kennelhoest). Vervolgens neemt de dierenarts bloed af. Op een later tijdstip wordt de test uitgevoerd en geven we aan de hand van de uitslag een passend advies. U kunt de uitslag binnen een week verwachten.

Vaccicheck is dus een middel om de kwaliteit van de bescherming te meten. Het is een misverstand dat gebruikers van Vaccicheck tegen vaccinatie zouden zijn. Het tegendeel is waar. Het gaat om effectief vaccineren en meten of een vaccin al dan niet is aangeslagen. Door alleen te vaccineren als het nodig is, wordt onnodige belasting van het immuunsysteem van het dier voorkomen.

Vaccicheck Canine meet bij honden de bescherming tegen het Adenovirus-1(CAV), Parvovirus (CPV) en het Distempervirus(CDV)

Kosten van de vaccicheck

De kosten van de vaccinaties komen hier bovenop.

Blijkt uit de Vaccicheck dat u nogmaals langs moet komen voor vaccinatie, betaalt u hiervoor geen extra consultkosten.

Persoonlijk advies

Neem contact met ons op als u vragen heeft of voor een persoonlijk advies.

 

Konijnengedrag

Het konijn is niet meer weg te denken uit ons gezinsleven. Achter de hond en de kat staat steevast op nummer 3 het konijn. Toch is het konijn het meest onderschatte huisdier als het gaat om begrijpen wat het dier allemaal nodig heeft. Bijvoorbeeld, wel of geen maatje voor het konijn of misschien wel het leven in een groep.

Konijneneigenaren kiezen vooral konijnen uit op kleur,leeftijd, knuffeligheid, mooiheid of omdat ze uit hetzelfde nest komen, enzovoort.

Maar keuzes geven geen garantie dat de konijnen het onderling ook goed kunnen vinden.

Konijnen koppelen

Of het lukt konijnen aan elkaar te koppelen is afhankelijk van leeftijd, karakter en beschikbare ruimte. Wilde konijnen leven in een kolonie , bestaand uit meerdere groepen (rammen en voedsters). Wie niet in de groep past, word weg gejaagd. Er is altijd een rangorde, bij de voedsters word dit bepaald door de hormoonhuishouding (dus ook meer vechten onderling). De jongen in de groep zijn tot 3 maand beschermd. Dan worden de rammetjes verstoten, zij moeten hun eigen groep gaan stichten. De voedsters mogen blijven.

Tijdens een koppeling kan het er hard aan toe gaan  en veel mensen schrikken daar erg van. Soms zijn er schijngevechten waarbij de dieren met elkaar boksen, haren uit elkaars lijf trekken ,of grommend en happend achter elkaar aangaan.

Ongewenst gedrag is happen naar buik en genitaliën,en angst geluiden van één van de konijnen. De koppeling moet dan meteen worden afgebroken, de konijnen moeten uit elkaar gehaald worden om een gevecht met serieuze bijtwonden te voorkomen.

Vuistregel is wel bij het koppelen er moet een reactie zijn geweest tussen de konijnen. Zolang er geen confrontatie is geweest, positief of negatief, is de koppeling niet geslaagd. Positief is bijvoorbeeld elkaar meteen wassen, negatief is een serieuze knokpartij.

Samen of toch alleen?

Hoe tegenstrijdig het ook klinkt , een konijn is tenslotte een groepsdier.  Echter, sommige konijnen vinden het prima om alleen te zijn.

Ook kan een goed konijnenhuwelijk op de klippen lopen (zelfs na een paar jaar), dan is het toch beter de konijnen te scheiden of een konijn te vervangen door een nieuwe partner. Het gebeurt helaas regelmatig dat konijnen in hun laatste puberfase, zo rond de 9 maanden van karakter veranderen. Wat eerst een gezellig konijnenkoppeltje was, jaagt elkaar ineens het hok uit. De enige en beste oplossing is dan dit stel uit elkaar halen en nieuwe partners te vinden. Konijnen tanden zijn scherp en ze kunnen elkaar de oren en de genitaliën afbijten.

Koppelen is een vak.

Er bestaan speciale koppeldeskundigen.  Als er onduidelijkheid bestaat over het koppelen laat het dan over aan iemand met veel ervaring.

Konijnen en cavia’s.

Vaak worden konijnen en cavia’s samengehouden. Dit is niet verstandig. Hoewel de dieren elkaar over het algemeen tolereren, spreken ze een andere taal en hebben ze andere voedings- en levensbehoeften. Als cavia en konijn gaan vechten is de cavia het slachtoffer met vergaande gevolgen, soms met de dood tot gevolg.

De belangrijkste argumenten om konijnen  en cavia’s niet samen te houden is dat een konijn niets begrijpt van de piepgeluiden van een cavia.Voor een konijn betekent piepen pijn of doodsangst, terwijl de cavia zo met zijn soortgenoten communiceert. Daarnaast tonen konijnen elkaar genegenheid door elkaar te wassen. Cavia’s begrijpen dit niet  en kunnen agressief worden. Ook wat betreft de voeding is er een verschil. De cavia kan geen vitamine c aanmaken en heeft vers fruit en groente nodig, zeker 50 % van het dagelijks menu. Het dieet van een konijn bestaat uit hooi en grassen(80%), weinig groenten en minimaal fruit.

Bedenkt u dus voor de aanschaf van uw dieren dat het niet altijd liefde op het eerste gezicht hoeft te zijn.

Bron:Regionaal voorlichtingsbureau konijnen/ Vedias.

 

 

Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is de rups van een nachtvlinder. Op een groot aantal eikenbomen in vrijwel geheel Nederland kunt u in de maanden mei, juni en juli behaarde rupsen aantreffen. Deze rupsen gaan met name ’s nachts groepsgewijs op zoek naar voedsel (eikenbladeren). Na contact met de microscopisch klein, pijlvormige brandharen van deze rups kunnen klachten ontstaan zoals jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen of aan de luchtwegen.De meeste overlast bij dieren wordt gezien in de zomermaanden juni tot september. Brandharen van oude, dode rupsen en oude spinselnesten kunnen nog gedurende 5 tot 7 jaar problemen veroorzaken.

Door de hoge temperaturen van de afgelopen weken en mogelijk ook komende weken hebben veel rupsen hun nest verplaatst naar de voet van de eikenboom. Vaak hangen de verlaten nesten dan nog hoog in de boom. Met een beetje wind waaien die gemakkelijk weg en kunnen ze op mensen, dieren en auto’s terecht komen.

Bij honden en katten (let op, paarden, koeien en andere dieren lopen ook een groot risico omdat in buitengebieden vaak geen eikenprocessierupsen worden besteden) moet u extra alert zijn.
De bomen waarvan bekend is dat er een eikenprocessierups zit, is vaak gekenmerkt door een rood/wit lint om de stam.

 

De klachten die de eikenprocessierups onder andere kan geven zijn:

 

 

  • Heftig wrijven met de poot over de snuit
  • Pootjes heftig over de grond wrijven
  • Braken
  • Kwijlen
  • Zwaarder ademen/benauwd worden
  • Zwellen van de tong
  • Blaren in de bek

 

De dierenarts raadt u aan om direct te bellen, zij kunnen een injectie toedienen om de allergische reactie te doen afnemen en de schade te beperken.
Bron: RIVM

Eikenprocessierups