Hoe vaak moet ik met mijn hond naar de dierenarts?

Hoe vaak je met je hond naar de dierenarts gaat, hangt af van de levensfase en de gezondheidstoestand van je hond. Is je hond niet in orde of vertrouw je iets niet, neem dan altijd contact op met de praktijk.In elk geval adviseren we je om ieder jaar een keer met je hond naar onze praktijk te komen voor een gezondheidscontrole. Ook een gebitscontrole en -reiniging moet zo nu en dan plaatsvinden. Verder hebben wij voor elke levensfase van jouw hond speciale consulten en check-ups. Zo is er het junior consult en november bijvoorbeeld was de maand voor senioren.

Voor pups.

Als een pup bij zijn nieuwe baasje komt, is hij zo’n 7 of 8 weken oud is. Het is goed om kort na aanschaf van je nieuwe pup bij ons langs te komen voor een gezondheidscontrole, die valt meestal samen met de tweede puppyvaccinatie. Zo kom je met een pup 2 keer bij de dierenarts voor gezondheidscontrole en vaccinaties, dus op een leeftijd van 9 weken en 3 maanden. Tijdens de eerste gezondheidscontroles besteden we veel aandacht aan het lichamelijk onderzoek. Hierbij let de dierenarts op aangeboren afwijkingen, bekijkt hij het gebit en luistert naar hart en longen. We checken hoe vaak je pup al ontwormd is en wanneer dit weer moet gebeuren. De chip wordt gecontroleerd. Ook bespreken we de voeding en opvoeding. Vanaf een leeftijd van 3 maanden ben je welkom op het junior consult! Wat houdt dat in? Maandelijks maakt je kosteloos (lees de voorwaarden) een afspraak met een van onze assistentes. De assistente zal je hond nakijken, het gewicht beoordelen en een gebitscontrole uitvoeren om gebitsafwijkingen (bijv. tijdens het wisselen) op tijd op te sporen. Ook zal zij onderwerpen bespreken die betrekking hebben op het gezond op laten groeien van jouw pup. Denk hierbij onder andere aan castratie/ sterilisatie, ontwormen, voeding. Heb je vragen dan kun je deze tijdens het consult stellen.

Tussen de 2 en 6 jaar oud?

Jouw hond is tussen de 2 en 6 jaar oud is en hij oogt gezond, is levendig, supersterk, snel en met een uitstekend uithoudingsvermogen. Hij eet voor twee en zijn ontlasting ziet er altijd supergoed uit! Hoe vaak ga je dan met je hond naar de dierenarts? Als dierenartsen kijken we met een professionele blik naar dieren en kunnen we je goede adviezen geven om je hond in topconditie en optimale gezondheid te houden. Dat is je hond toch zeker wel waard? Daarom adviseren we je om ieder jaar 1 keer met je hond op onze kliniek te komen voor een gezondheidscontrole.

Senior.

Is jouw hond ouder dan 5 jaar (groot ras), 7 jaar (middelgroot ras) of 8 jaar (klein ras)? Dan adviseren we je om een keer per jaar met je hond te komen voor het seniorenconsult. Elk jaar is er wel een speciale maand geheel gewijd aan onze oudere viervoeters. Houd onze website of Facebook-pagina in de gaten.

Laat je hond geen chocolade eten!

De feestdagen komen in zicht, graag herinneren we je er even aan dat chocolade niet goed is voor een hond! Sterker nog, het is giftig. Hoe komt dat en waarom kunnen wij het wel eten maar de hond niet? En wat doe je als je hond toch chocolade heeft gegeten? Chocolade bevat cacaomassa en daarin zitten twee stofjes die voor de hond giftig zijn: theobromide en cafeïne. Voor ons hebben deze stoffen een prettige werking: ze versnellen de hartslag en geven ons een opgewekt gevoel. Deze stoffen hebben op de hond min of meer dezelfde werking maar er is een belangrijk verschil. Mensen kunnen deze stoffen snel in het lichaam opnemen, verwerken en weer uitscheiden. De werking van de stof is daarom kortdurend. Honden kunnen dit niet. De theobromide en cafeïne hopen zich op in het lichaam. De hond wordt door deze stoffen langdurig en in steeds heftiger mate blootgesteld aan een onregelmatige hartslag, hoge bloeddruk, spiertrillingen en hyperactiviteit. De hond wordt ziek. Hoe ziek is afhankelijk van de hoeveelheid en de soort chocolade en het gewicht van de hond. Hoe puurder de chocolade, hoe meer cacaomassa en dus hoe meer van deze stofjes. Om je een idee te geven: 25 gram pure chocolade is genoeg om een hond van 20 kg. te vergiftigen.

De gevolgen van chocoladevergiftiging liegen er niet om:               

* de hond wordt onrustig en hyperactief,

* hij kan gaan braken en aan de diarree raken,

* hij krijgt spiertrillingen,

* bij ernstige vergiftiging kan de hond in coma raken en/of een hartaanval krijgen.

 

Als je vermoedt dat je hond chocolade heeft gegeten, neem dan snel contact op met de dierenarts. Wacht niet af. Vertel de dierenarts welke soort chocolade de hond heeft gegeten en hoeveel. De dierenarts zal je adviseren over wat te doen.

November is de maand van de suikerziekte, ook voor dieren.

Hoe kun je erachter komen dat je huisdier suikerziekte heeft? De belangrijkste symptomen van suikerziekte zijn: vermageren, veel drinken en veel plassen. Signaleer je een van deze symptomen bij jouw huisdier, kom dan even langs. Bij suikerziekte wordt te weinig insuline aangemaakt in de alvleesklier. Suiker is de belangrijkste energiebron, niet alleen voor ons maar ook voor jouw huisdier. Insuline zorgt ervoor dat de suiker in het lichaam opgenomen kan worden en houdt de suikerspiegel in het bloed constant. Zonder insuline zit er dus veel suiker in het bloed.

Hoe wordt suikerziekte behandeld?                                             

Je huisdier krijgt dagelijks extra insuline toegediend door middel van een injectie. Hoeveel dat moet zijn, is vooral bij de hond sterk afhankelijk van wat hij eet. Het is daarom belangrijk om de hoeveelheid voer per dag constant houden. Honden eten bij voorkeur twee keer per dag op een vaste tijd. Katten mogen de hele dag door blijven eten. Voor dieren met suikerziekte is ook een speciaal dieet beschikbaar dat ondersteuning biedt. In het begin controleert de dierenarts regelmatig het bloed van je huisdier om de insulinebehoefte te bepalen. Uiteindelijk zul je zelf je huisdier insuline gaan prikken. Dit lijkt eng, maar in de praktijk blijkt dat het snel went.

Waar moet je op letten?

Het is heel belangrijk dat je je huisdier elke dag op dezelfde tijd insuline geeft. En je moet ervoor zorgen dat je huisdier nooit teveel insuline binnen krijgt. Bijvoorbeeld omdat het dier te weinig of niet eet en je toch insuline prikt. Hierdoor krijgt hij een tekort aan suiker in het bloed (hypo) en kan hij gaan wankelen, flauwvallen of zelfs in coma raken. Een hypo kan zes tot twaalf uur na de insuline injectie optreden. Als je huisdier een hypo heeft, geef dan direct honing of gewoon (druiven-)suikerwater in de bek. De suiker wordt door het mondslijmvlies opgenomen en zodra je huisdier weer helder is, mag hij weer wat gewoon voer eten. Daarna even overleggen met de dierenarts over wat er verder gedaan moet worden. Als je huisdier braakt of niet wil eten, geef dan geen insuline! Ga je een dagje weg, geef dan niet op een ander tijdstip insuline. Geef ook nooit meer insuline dan met de dierenarts is afgesproken. Sla het spuiten van de insuline liever een dagje over. Als je twijfelt of je wel genoeg insuline gegeven heeft, spuit dan niet nog een keer maar laat het zo. Alleen teveel insuline spuiten kan gevaarlijk zijn, niet of te weinig spuiten niet! Bewaar insuline altijd in de koelkast en zwenk het flesje goed voor gebruik.

 

 

Waarom Chippen?

Al sinds 2013 moeten alle pups vóór de leeftijd van 7 weken verplicht gechipt moeten worden. En voor de leeftijd van 8 weken moet de chip geregistreerd staan. Als je jouw pup ná de leeftijd van 8 weken ophaalt, zal de fokker de chip moeten registreren op zijn naam. Daarna kun je de registratie van de chip op jouw eigen naam zetten. Hiervoor heb je 14 dagen de tijd. Gaat je hond mee naar het buitenland, dan is een chip verplicht.

Waarom zou je je huisdier laten chippen?

Jaarlijks lopen in Nederland duizenden katten, honden en andere huisdieren weg. Een groot deel daarvan, vooral katten, vindt de weg naar huis nooit meer terug. Veel van deze dieren komen via de dierenambulance in asielen terecht. Voor dieren die niet zijn geïdentificeerd en niet in een databank zijn geregistreerd, is het vrijwel onmogelijk de eigenaren te vinden! Een halsbandje met een adreskokertje lijkt een goede oplossing, maar helaas kan dit relatief gemakkelijk verloren gaan, vooral tijdens de avontuurlijke tochten die jouw huisdier soms maakt

Een dier dat vermist is, kan via de chip helaas (nog niet) opgespoord worden. Wel kan van een hond of kat die gevonden wordt, het baasje worden opgespoord door de chip uit te lezen. Zorg daarom ook altijd dat je gegevens up to date zijn. Sinds mei 2018 is de AVG van kracht (de opvolger van de Wet Bescherming Persoonsgegevens). Zodoende mag elk baasje aanvinken welke gegevens mogen worden getoond. Maar een telefoonnummer is toch wel zeer aan te raden! Ook als een dier bij een ongeluk om het leven is gekomen, kan het geïdentificeerd worden. Helaas bestaat er ook malafide hondenhandel, waarbij honden worden mishandeld en verwaarloosd. Willen we dit goed kunnen aanpakken, dan moet de herkomst van een hond kunnen worden achterhaald. Het chippen van dieren is daarbij een goed hulpmiddel.

Alleen chippen is niet voldoende!

De chip moet ook geregistreerd worden en op jouw naam en adres gezet te worden, anders kan men bij vermissing nog steeds niet achterhalen waar de het dier vandaan komt. Er zijn verschillende databases in Nederland waar je de chip van jouw huisdier kunt registreren. Daar zijn wel kosten aan verbonden net als voor het wijzigen van gegevens zijn kosten verbonden. De bekendste database in Nederland is de Nederlandse Databank Gezelschapdieren (NDG). In onze praktijk gebruiken we de Backhomeclub van Virbac. Komt jouw hond uit het buitenland, dan moet je de chip ook binnen 14 dagen registreren. Ben je maximaal drie maanden op vakantie in Nederland en ga je dan weer terug naar het buitenland, dan hoef je hem niet te registreren. Zorg wel dat de registratie in jouw eigen land goed geregeld is.

Gegevens zijn veilig bij de NDG en de Backhomeclub. Alle gegevens worden veilig opgeslagen en beheerd. Om gevonden huisdieren snel terug te brengen naar het baasje geeft de NDG door middel van de baasjeszoeker de mogelijkheid om met het chipnummer de naam van het huisdier, de woonplaats en het telefoonnummer van de eigenaar op te vragen. Met dit systeem zorgen dierenartsen en dierenambulances er ieder jaar voor dat duizenden huisdieren weer veilig thuis komen.

Waar kun je je huisdier laten chippen?

Heb je een hond met stamboom, dan zal de Raad van Beheer de pups komen chippen vóór de leeftijd van zeven weken, dus als jouw pup nog bij zijn fokker is. Ook mogen mensen die beroepsmatig chippen een chip plaatsen. De meeste dieren worden door een dierenarts gechipt. Dat kan ook bij ons.

Wat is een chip precies?

Een chip is zo groot als een rijstkorrel. Het is een klein buisje met daarin micro-elektronica zonder batterij. De chip heeft een onbeperkte levensduur en is geschikt voor vrijwel alle diersoorten. De chip bevat een code, maar is zelf niet actief. Ondertussen zijn er ook weer nog kleinere chips die 10.9 bij 1.6 mm zijn. De dierenarts heeft een scanapparaat en als hij deze in de buurt van de chip houdt dan zendt deze het unieke chipnummer terug naar het scanapparaat. Het chipnummer bestaat uit 15 cijfers. De eerste 3 cijfers vormen de landcode. Voor Nederland is de landcode 528.

Doet het plaatsen van een chip pijn? Met behulp van een vlijmscherpe injectienaald wordt de chip onder de huid gebracht. De chip wordt geplaatst ter hoogte van de linkerschouder. Aangezien de chip klein is en de naald scherp is, is het plaatsen van een chip niet echt pijnlijk. Laat ook de chip regelmatig controleren, bijvoorbeeld bij de jaarlijks vaccinaties.

U kunt ten alle tijde ook zelf een controle uitvoeren als u het chipnummer invoert op http://www.chipnummer.nl

 

Is rauw vlees nu wel of niet goed voor mijn huisdier?

De meningen over rauw vlees voor huisdieren zijn verdeeld. Maar wie heeft er nu eigenlijk gelijk? Wij signaleren dat een groeiend aantal baasjes hun dieren vers (rauw) vlees voeren in plaats van brokken. Daar is op zich niets mis mee, maar je moet je wel bewust zijn van de risico’s die daaraan verbonden zijn, zowel voor mens als dier!

Ze zeggen wel dat het voeren van rauw vlees minder maag-darm problemen zou geven, een mooiere vacht en gezondere tanden. Er is geen diergeneeskundig bewijs of deze bevindingen kloppen. Studies wijzen wel uit dat de verteerbaarheid van vers vlees goed is.

Een nadeel van een dieet op basis van rauw vlees is dat je huisdier bepaalde voedingsstoffen tekort komt door de wat eenzijdig samenstelling. Als je dan toch graag vers vlees aan je huisdier geeft, vraag dan aan onze voedingsdeskundige, waarmee je de voeding kunt aanvullen, zodat er geen tekorten aan bepaalde voedingsstoffen gaan ontstaan. Het voeren van vers vlees bij pups raden we af. Niet alleen zijn deze jonge dieren weinig bestand tegen infecties zoals de Salmonella. Bovendien hebben pups voor hun botontwikkeling kalk en fosfor nodig in een bepaalde verhouding, die je in vers vlees vaak niet aantreft. Met als gevolg dat jouw dier een slechte botontwikkeling ondervindt, die later tot arthrose, HD en ED kan leiden. Zeker bij de grotere rassen.

Honden die rauw vlees gevoerd krijgen, kunnen de Salmonella bacterie (en andere gevaarlijke bacteriën) in de ontlasting hebben zitten. Deze bacterie kan ziekte(s) veroorzaken bij jonge, oude en zieke dieren. Ook voor bij mensen kan een rauw-vleesdieet van het huisdier gezondheidsrisico’s meebrengen. Vooral jonge kinderen, ouderen en andere mensen met een verlaagde afweer (mensen met chemotherapie,…) zijn vatbaar voor deze bacterie, die zeer ernstige infecties kan veroorzaken en de kans op overdracht van de hond naar de mens is erg reëel. De hond poetst zichzelf meerdere keren per dag, waarbij hij met zijn tong de kiemen over de hele vacht uitsmeert. Wanneer na het aaien zonder handen wassen eten wordt genuttigd, is het risico op overdracht op Salmonella en andere potentieel gevaarlijke kiemen, zoals de E. coli, reëel.

Onlangs werd er in een tv-programma aandacht besteed aan een hond die veel last had van zijn schildklier. De schildklierwaardes in zijn bloed waren inderdaad duidelijk verhoogd. Vers vlees wordt gedraaid van slachtafval. In bepaalde merken vers vlees zou meer schildklier zijn verwerkt dan in andere merken. Toen het baasje overstapte op een ander merk vers vlees verdwenen de symptomen en werden de waardes weer normaal.

Bij bepaalde voedselallergieën/verteringsproblemen kan het zinvol zijn vers vlees te voeren maar dan nog is verstandig dat het recept doorgerekend is door een voedselspecialist. Wij raden het voeren van vers vlees aan dieren in hun eerste levensjaar af wegens het risico op infecties en de vaak onuitgebalanceerde voedingswaardes. Ook als je jonge kinderen hebt, raden wij vers vlees af i.v.m. het infectiegevaar.

Wil je nog meer weten ? In onze praktijk zijn interessante artikelen van Tijdschrift diergeneeskunde verkrijgbaar.

Laat uw hond geen eikels of kastanjes eten!

In de herfst zijn er veel kastanjes en eikels op de grond te vinden. Veel honden vinden het leuk om hiermee te spelen, maar ze moeten beslist niet opgegeten worden door uw hond. Vooral groene eikels bevatten grote hoeveelheden tannine (looizuur) en dat is giftig voor jouw hond. Hij kan buikpijn en/of diarree krijgen, gaan braken, een stijve gang en verlammingsverschijnselen vertonen. Het kan zelfs tot nierfalen en de dood leiden.

Wanneer je de hond de kastanjes of eikels (in grote hoeveelheden) heeft zien eten, is het verstandig om met de dierenarts contact op te nemen.

Normaal doet dit gevaar zich pas voor in de herfst, maar als gevolg van de grote droogte laten veel eiken nu al hun eikels vallen. Wanneer jouw hond kastanjes eet kan dit verstoppingen veroorzaken.

Let dus goed op tijdens de wandeling, laat je hond van de eikels en kastanjes afblijven en beloon hem in plaats daarvan met een gezonde snack!

Op vakantie geweest met de hond?

Nederland is een prachtig vakantieland, ook voor jouw hond. Kans op ziektes is er nauwelijks. Alleen in Zuid-Limburg en Oost-Groningen moet je rekening houden met de vossenlintworm. In landen met een ander klimaat dan Nederland, komen ook andere ziekten voor. Bereid daarom je vakantie goed voor en zorg ervoor dat jouw hond geen vervelend souvenir mee terugneemt naar Nederland. Afhankelijk van de vakantiebestemming denken we graag met je mee over geschikte preventie. In Zuid-Europa zijn er bijvoorbeeld andere dreigingen dan in midden- en Oost-Europa. Teken, vliegjes, muggen, parasieten, vossenlintworm zijn allemaal mogelijke veroorzakers van nare aandoeningen bij honden met soms dodelijke afloop.

Met vaccinaties, ontworming en tekenpreventie voor je op vakantie gaat, kunnen we veel voorkomen.

Stel je bent net terug uit het buitenland en jouw hond vertoont ondanks goede voorbereiding toch ziekteverschijnselen, kom dan even langs. In het buitenland komt een aantal ziektes voor die we bij Nederlandse honden niet zien. Het gaat dan met name om de bloedziekten Leishmania, Babesia en Ehrlichia, maar ook om hartworm. Het is mogelijk dat je hond de grens terug over komt met één of meer van deze ziektes en je kunt dat lang niet altijd aan de hond zien. Een vakantie in Nederland is nog steeds het veiligst.

Madenziekte(Myiasis) bij het konijn.

Heeft u een konijn, dan is het in de zomermaanden nog belangrijker dan anders om het hok en het konijn zelf netjes schoon te houden. Vieze luchtjes of uitwerpselen die in de vacht blijven hangen, trekken namelijk vliegen aan.

Het gevaar van vliegen.

Het gaat bij myiasis met name om de groene vliegen. Deze leggen eitjes in de vacht van het konijn. De maden die hier uit komen, eten zich een weg door de huid van het konijn en veroorzaken veel schade en pijn. Het konijn kan hieraan overlijden als dit niet of te laat ontdekt wordt! Merkt u wondjes of kleine gaatjes in de vacht van uw konijn op of ziet u zelfs maden kruipen, ga dan direct naar de dierenarts want er moet onmiddellijk worden ingegrepen.

Hygiëne.

Verschoon dus regelmatig het hok en gebruik een goed vocht opnemend bodemsubstraat. Let ook
op dat uw konijn zijn blindedarmkeutels opeet. Dit zijn zachte glimmende keutels die het konijn
normaal gesproken direct uit de anus weer opeet, omdat hier belangrijke voedingsstoffen inzitten.
Bij een konijn dat te veel of verkeerd voer krijgt (vooral te veel biks/krachtvoer), of een konijn dat
er niet bij kan omdat het te dik is of oud en stram, blijven deze keutels liggen of in de vacht
plakken.
Controleer liefst dagelijks of uw konijn schoon is en geen ontlasting in zijn vacht heeft hangen.

Preventief middel.

Via uw dierenarts zijn producten te koop ter preventie van infecties met
maden. Overleg het gebruik met uw dierenarts. Houd ook rekening met
eventuele andere dieren, zoals hond of kat, die het middel via likken binnen kunnen krijgen. Vooral
voor sommige hondenrassen kan dat gevaarlijk zijn.

Vliegen uit de buurt houden.

Om vliegen tegen te gaan kunt u, naast het zorgvuldig schoon houden van het konijnenverblijf,
zoveel mogelijk gebruik maken van horren. Heeft u een konijn met zachte ontlasting, pas dan zijn voeding aan en gebruik eventueel tijdelijk een klamboe om het hok. Gebruik geen insecticide spray, deze kan ook giftig zijn voor uw konijnen.