Brucellose: Hondenziekte ook gevaarlijk voor mensen

Er is een nieuwe hondenziekte opgedoken die ook besmettelijk is voor mensen. De ziekte heet Brucellose en het werd gevonden bij honden die uit Oost-Europa kwamen. De ziekte wordt veroorzaakt door de Brucella canis bacterie.

Zoönose

Besmetting met Brucella Canis is, net als Lyme en Q-koorts, een zoönose. Dat zijn ziektes die overdraagbaar zijn van mens op dier. Daarom is het belangrijk dat er zo snel mogelijk een protocol ligt om te voorkomen dat de ziekte mensen besmet. Het is daarom ook af te raden om puppy’s uit bijvoorbeeld Roemenië en Bulgarije te halen. Daar komt de ziekte namelijk voor.

Brucellose bij dieren

De ziekte geeft bij dieren ontstekingen en vruchtbaarheidsproblemen. Door de besmetting worden bijvoorbeeld ook puppy’s te vroeg geboren. De overdracht van de bacterie naar mensen gaat via slijmvliezen of speeksel.

Symptomen bij mensen

Brucella Canis is een vervelende bacterie omdat het lange tijd het immuunsysteem kan ontwijken. De symptomen na besmetting met Brucellose bij mensen beginnen meestal met milde verschijnselen. Deze worden langzaam erger. De meeste patiënten krijgen koorts die soms weer verdwijnt en terugkomt. Ook zijn er klachten als hoofdpijn, vermoeidheid, lusteloosheid, zweten en gewrichtsklachten. Wanneer de ziekte niet op tijd ontdekt wordt, verloopt het vaak chronisch. Dit staat te lezen op de website van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

Nog geen geval in onze praktijk


Gelukkig hebben wij in onze praktijk nog geen Brucella gezien, maar een collega in Drenthe heeft al wel een geval gehad.

Hondenziekte in het nieuws.

Misschien heeft u er al over gehoord, maar de laatste tijd is de hondenziekte (ook wel Distemper of ziekte van Carré genoemd) in het nieuws.

In Duitsland is hondenziekte bij vossen vastgesteld en in Limburg is er een vermoeden van hondenziekte bij vossen.
Door migratie van vossen kan de ziekte ook naar het noorden van Nederland komen.

 

Als u met uw hond in het bos loopt, kan deze besmet en ernstig ziek worden, met de dood als gevolg.
In onze praktijk hebben we gelukkig nog geen gevallen gezien.

 

Wat is hondenziekte?
Hondenziekte wordt veroorzaakt door een virus dat longontsteking en (ernstige) diarree kan veroorzaken. Minder vaak voorkomend zijn klachten aan de hersenen, ogen en de huid. Dieren kunnen in het ergste geval aan de ziekte overlijden.

 

Hoe wordt hondenziekte overgebracht?

Hondenziekte is zeer besmettelijk. Het wordt overgebracht via hoesten, niezen, direct contact en contact via voerbakken of speeltjes, ontlasting en urine. Dieren kunnen tot 4 maanden na besmetting het virus uitscheiden.
Dieren met milde klachten zijn vaak de oorzaak van het verspreiden van de infectie. Ook uit het buitenland geïmporteerde honden kunnen het virus bij zich dragen.

Is een gevaccineerde hond beschermd?

Ja. Als honden volgens het normale schema zijn gevaccineerd of de aanwezigheid van antistoffen met een titerbepaling is bevestigd, is uw hond beschermd. Als uw hond besmet wordt, kunnen nog milde verschijnselen optreden, maar echt ziek wordt uw hond niet.

De vaccinatie is al effectief na enkele uren.

 

Is uw hond goed gevaccineerd?
Als u in het paspoort kijkt, moet de de vaccinatie met de oranje sticker maximaal 3 jaar geleden gegeven zijn. Bij twijfel mag u altijd even bellen, dan kunnen wij in het medische dossier van uw hond zien of uw hond goed beschermd is.

Als u nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de praktijk.

info@dierenartsassen.nl

Tel: 0592-309903

U kunt ook verder lezen:

Wat je moet weten over Hondenziekte

 

Konijnen en knaagdieren geneeskunde

Konijnen en knaagdieren worden steeds populairdere huisdieren. Een dierenartsbezoek voor bijvoorbeeld een gezondheidscheck of een vaccinatie is daarbij heel gewoon geworden. Bij ons kunt u uitstekend terecht met uw konijn, cavia, degoe, chincilla, hamster, rat of muis. Wij bieden deze groep de specialistische zorg en aandacht die ze nodig hebben.

Consult op afspraak

Om stress voor uw konijn of knaagdier zoveel mogelijk te beperken, kunt u bij  ons op afspraak terecht. Wij zorgen ervoor dat de wachttijd in de wachtkamer zo kort mogelijk is zodat uw konijn zo min mogelijk stress ondervindt.

U kunt bij ons terecht voor o.a.:

Gebitsbehandelingen

Castratie en sterilisatie

Chirurgische ingrepen

Internistische problemen

Kno-klachten

Vaccinaties

Medicijnen voor konijnen en knaagdieren

Gedrag- en voedingsadvies

De voordelen van het castreren van een kat.

Natuurlijk wordt een kat onvruchtbaar door castratie en kan hij niet meer voor nageslacht zorgen. Maar er zijn meer voordelen, vooral op het gebied van gedrag. En dat kan voor de eigenaar erg prettig zijn. De gemiddelde levensverwachting van een ‘je-weet-wel’- kat neemt toe. En dat komt mede door zijn veranderde gedrag en levensstijl!

Een gecastreerde kat wordt ouder, gemiddeld wel twee keer zo oud als een kat die niet gecastreerd is. De gemiddelde levensverwachting van een gecastreerde kat ligt op zo’n 15 tot 18 jaar, in tegenstelling tot een jaar of 7 tot 10 jaar bij katten die de ingreep niet hebben ondergaan. Voor deze flinke toename van de levensverwachting zijn verschillende redenen aan te wijzen.

Veiliger leven

Het gedrag en karakter van gecastreerde katten verandert in veel gevallen. Meestal worden de dieren minder avontuurlijk en uitbundig en gaan minder vaak op pad. Hierdoor brengen ze zichzelf minder in gevaar en neemt de kans af dat ze een ongeluk krijgen en verwondingen oplopen.

 

Dominantie neemt af

Bij castratie worden de hormoonproducerende organen verwijderd. Hierdoor verdwijnt dit hormoon na verloop van tijd uit het lichaam van het dier. Dit heeft effect op het karakter: de kat wordt minder dominant en de vechtlust neemt af. De kans dat het dier in een gevecht verzeilt raakt en verwondingen oploopt is daardoor veel kleiner.

Territorium afbakenen door sproeien

Wanneer je een kat hebt die sproeit, zul je de ongemakken vast herkennen. De sterk ruikende urine van katers is geen pretje! Dit territorium afbakenen door middel van urine heet sproeien. Zo weten andere katten dat ze hier niet hoeven te komen. Castratie biedt (vaak) de oplossing voor dit gedrag. Doordat het dier na castratie minder dominant wordt, neemt de drift om territorium te verdedigen ook sterk af. Meestal zal het dier na de ingreep stoppen met sproeien en gaat de urine bovendien minder sterk ruiken.

Kleinere kans op bepaalde ziektes

Een kater die gecastreerd is heeft minder behoefte achter krolse katten aan te gaan. De kat loopt dus veel minder snel weg. Daarnaast is de kans op (seksueel) overdraagbare ziektes ook aanzienlijk kleiner. Ziektes als kattenaids (FIV) en kattenleukemie (FeLV) komen veel minder voor bij gecastreerde katers.

 

Hoeveel moet een kat per dag drinken?

Een normaal gezonde kat moet dagelijks tussen de 40 ml en 60 ml water per kilo lichaamsgewicht drinken. Uit zichzelf drinken ze niet zoveel maar katten moeten wel voldoende vocht binnenkrijgen om blaasproblemen en andere nierproblemen te voorkomen. Op hoe meer plekken in huis vers water tot beschikking van de kat staat, hoe meer hij wordt gestimuleerd te drinken. Blikvoer bestaat voor een groot gedeelte uit water. Krijgt de kat dit te eten, dan drinkt hij natuurlijk wat minder. De behoefte is dus afhankelijk van de grootte, de activiteit, de temperatuur van je kat. En of hij droog- of natvoeding eet. Aandoeningen als hoge bloeddruk, nierziektes en diabetes kunnen de waterbehoefte enorm doen toenemen. Katten hebben, zeker in vergelijking met mensen, zeer weinig water nodig om te overleven. Katten kunnen hun urine namelijk zeer goed concentreren en lijken in dat opzicht haast wel woestijndieren.

Drinkfonteintjes zijn bijzonder aantrekkelijk voor katten; het stromende water nodigt uit tot consumptie. Houd er echter wel rekening mee dat dergelijke waterfonteintjes behoorlijk wat herrie kunnen maken en natuurlijk de nodige stroom verbruiken. Ondanks dat er fonteintjes zijn met koolfilters etc. moet ook hier het water dagelijks ververst worden en het apparaat regelmatig schoongemaakt om bacteriën te voorkomen. Een drinkfonteintjes echter zeer uitnodigend voor katten en draagt er zeker toe bij dat de kat voldoende vocht binnen krijgt. Een kat lust wel melk maar het is niet goed voor ze! Van melk of melkproducten als yoghurt en slagroom, kunnen ze aan de diarree raken.

Katten zijn kieskeurige drinkers.

Zo drinken katten liever stromend water dan gewoon water in een bakje. Maar ja… om nou
de hele tijd de kraan voor je poes te laten lopen is ook een beetje zonde. Toch zijn er wel een
aantal dingen die je kunt doen om je kat gelukkig te maken op drinkgebied. En … er zijn ook
nogal wat dingen die we beter niet kunnen doen! Lees hier verder om meer aan de weet te
komen.

1. Liever geen plastic drinkbakje

Katten drinken liever water uit een metalen of keramisch drinkbakje dan een plastic bakje.
Het plastic zorgt er namelijk voor dat het water minder lekker smaakt.

2. De perfecte vorm voor het drinkbakje: ovaal en laag

Ook de vorm van het bakje is voor je kat erg belangrijk. Ze drinken namelijk het liefst uit een
ovaalvormige en lage drinkbak zodat zijn snorharen de zijkanten niet raken. Voornamelijk
oudere katten met diabetes zijn hier extra gevoelig voor.

3. Water en eten zo ver mogelijk uit elkaar

Katten zijn erg hygiënische beesten, daarom houden ze hun voer en drinken ook het liefst
gescheiden. Toch zetten de meeste mensen de twee bakjes altijd naast elkaar. Of nog erger:
een houder met een voerbakje én een drinkbakje in één! Dat is voor jou dan misschien
wel lekker makkelijk, maar katten hebben hun drinken en eten toch echt het liefst zo ver mogelijk uit elkaar staan.

4. Niet tegen de muur

Grote kans dat je het voer- en drinkbakje altijd dicht tegen de muur zet. Je zou er maar over
vallen. En ook dat blijkt onze gevoelige huisvriend niet zo fijn te vinden. Katten houden van
genoeg overzicht. Je maakt je kat daarom blij door minstens dertig centimeter tussen de
muur en het voerbakje te laten. Zo kan je kat lekker tegen de muur zitten, terwijl hij of zij
tijdens het eten en drinken overzicht heeft over de gehele kamer. Zet het voerbakje op een
rustige plek, dus niet naast de bank waar je samen met vrienden luidruchtig aan het kletsen
bent. Zet de voerbak ook niet in de buurt van de kattenbak. Katten hebben, net als de
meeste mensen, liever een frisse geur tijdens hun diner. Een goede plek hiervoor is een
hoekje in de kamer waar je niet zo vaak komt.

Er zijn nog veel meer belangrijke wetenswaardigheden over het drinkgedrag van je kat, zoals
– Hoeveel moet een kat eigenlijk per dag drinken?
– En wat mag een kat wel en niet drinken.
– Wat als mijn kat veel drinkt (en plast)?

Binnenkort meer. Houdt daarom onze blogs in de gaten!

Hoe vaak moet ik met mijn hond naar de dierenarts?

Hoe vaak je met je hond naar de dierenarts gaat, hangt af van de levensfase en de gezondheidstoestand van je hond. Is je hond niet in orde of vertrouw je iets niet, neem dan altijd contact op met de praktijk.In elk geval adviseren we je om ieder jaar een keer met je hond naar onze praktijk te komen voor een gezondheidscontrole. Ook een gebitscontrole en -reiniging moet zo nu en dan plaatsvinden. Verder hebben wij voor elke levensfase van jouw hond speciale consulten en check-ups. Zo is er het junior consult en november bijvoorbeeld was de maand voor senioren.

Voor pups.

Als een pup bij zijn nieuwe baasje komt, is hij zo’n 7 of 8 weken oud is. Het is goed om kort na aanschaf van je nieuwe pup bij ons langs te komen voor een gezondheidscontrole, die valt meestal samen met de tweede puppyvaccinatie. Zo kom je met een pup 2 keer bij de dierenarts voor gezondheidscontrole en vaccinaties, dus op een leeftijd van 9 weken en 3 maanden. Tijdens de eerste gezondheidscontroles besteden we veel aandacht aan het lichamelijk onderzoek. Hierbij let de dierenarts op aangeboren afwijkingen, bekijkt hij het gebit en luistert naar hart en longen. We checken hoe vaak je pup al ontwormd is en wanneer dit weer moet gebeuren. De chip wordt gecontroleerd. Ook bespreken we de voeding en opvoeding. Vanaf een leeftijd van 3 maanden ben je welkom op het junior consult! Wat houdt dat in? Maandelijks maakt je kosteloos (lees de voorwaarden) een afspraak met een van onze assistentes. De assistente zal je hond nakijken, het gewicht beoordelen en een gebitscontrole uitvoeren om gebitsafwijkingen (bijv. tijdens het wisselen) op tijd op te sporen. Ook zal zij onderwerpen bespreken die betrekking hebben op het gezond op laten groeien van jouw pup. Denk hierbij onder andere aan castratie/ sterilisatie, ontwormen, voeding. Heb je vragen dan kun je deze tijdens het consult stellen.

Tussen de 2 en 6 jaar oud?

Jouw hond is tussen de 2 en 6 jaar oud is en hij oogt gezond, is levendig, supersterk, snel en met een uitstekend uithoudingsvermogen. Hij eet voor twee en zijn ontlasting ziet er altijd supergoed uit! Hoe vaak ga je dan met je hond naar de dierenarts? Als dierenartsen kijken we met een professionele blik naar dieren en kunnen we je goede adviezen geven om je hond in topconditie en optimale gezondheid te houden. Dat is je hond toch zeker wel waard? Daarom adviseren we je om ieder jaar 1 keer met je hond op onze kliniek te komen voor een gezondheidscontrole.

Senior.

Is jouw hond ouder dan 5 jaar (groot ras), 7 jaar (middelgroot ras) of 8 jaar (klein ras)? Dan adviseren we je om een keer per jaar met je hond te komen voor het seniorenconsult. Elk jaar is er wel een speciale maand geheel gewijd aan onze oudere viervoeters. Houd onze website of Facebook-pagina in de gaten.

Laat je hond geen chocolade eten!

De feestdagen komen in zicht, graag herinneren we je er even aan dat chocolade niet goed is voor een hond! Sterker nog, het is giftig. Hoe komt dat en waarom kunnen wij het wel eten maar de hond niet? En wat doe je als je hond toch chocolade heeft gegeten? Chocolade bevat cacaomassa en daarin zitten twee stofjes die voor de hond giftig zijn: theobromide en cafeïne. Voor ons hebben deze stoffen een prettige werking: ze versnellen de hartslag en geven ons een opgewekt gevoel. Deze stoffen hebben op de hond min of meer dezelfde werking maar er is een belangrijk verschil. Mensen kunnen deze stoffen snel in het lichaam opnemen, verwerken en weer uitscheiden. De werking van de stof is daarom kortdurend. Honden kunnen dit niet. De theobromide en cafeïne hopen zich op in het lichaam. De hond wordt door deze stoffen langdurig en in steeds heftiger mate blootgesteld aan een onregelmatige hartslag, hoge bloeddruk, spiertrillingen en hyperactiviteit. De hond wordt ziek. Hoe ziek is afhankelijk van de hoeveelheid en de soort chocolade en het gewicht van de hond. Hoe puurder de chocolade, hoe meer cacaomassa en dus hoe meer van deze stofjes. Om je een idee te geven: 25 gram pure chocolade is genoeg om een hond van 20 kg. te vergiftigen.

De gevolgen van chocoladevergiftiging liegen er niet om:               

* de hond wordt onrustig en hyperactief,

* hij kan gaan braken en aan de diarree raken,

* hij krijgt spiertrillingen,

* bij ernstige vergiftiging kan de hond in coma raken en/of een hartaanval krijgen.

 

Als je vermoedt dat je hond chocolade heeft gegeten, neem dan snel contact op met de dierenarts. Wacht niet af. Vertel de dierenarts welke soort chocolade de hond heeft gegeten en hoeveel. De dierenarts zal je adviseren over wat te doen.

November is de maand van de suikerziekte, ook voor dieren.

Hoe kun je erachter komen dat je huisdier suikerziekte heeft? De belangrijkste symptomen van suikerziekte zijn: vermageren, veel drinken en veel plassen. Signaleer je een van deze symptomen bij jouw huisdier, kom dan even langs. Bij suikerziekte wordt te weinig insuline aangemaakt in de alvleesklier. Suiker is de belangrijkste energiebron, niet alleen voor ons maar ook voor jouw huisdier. Insuline zorgt ervoor dat de suiker in het lichaam opgenomen kan worden en houdt de suikerspiegel in het bloed constant. Zonder insuline zit er dus veel suiker in het bloed.

Hoe wordt suikerziekte behandeld?                                             

Je huisdier krijgt dagelijks extra insuline toegediend door middel van een injectie. Hoeveel dat moet zijn, is vooral bij de hond sterk afhankelijk van wat hij eet. Het is daarom belangrijk om de hoeveelheid voer per dag constant houden. Honden eten bij voorkeur twee keer per dag op een vaste tijd. Katten mogen de hele dag door blijven eten. Voor dieren met suikerziekte is ook een speciaal dieet beschikbaar dat ondersteuning biedt. In het begin controleert de dierenarts regelmatig het bloed van je huisdier om de insulinebehoefte te bepalen. Uiteindelijk zul je zelf je huisdier insuline gaan prikken. Dit lijkt eng, maar in de praktijk blijkt dat het snel went.

Waar moet je op letten?

Het is heel belangrijk dat je je huisdier elke dag op dezelfde tijd insuline geeft. En je moet ervoor zorgen dat je huisdier nooit teveel insuline binnen krijgt. Bijvoorbeeld omdat het dier te weinig of niet eet en je toch insuline prikt. Hierdoor krijgt hij een tekort aan suiker in het bloed (hypo) en kan hij gaan wankelen, flauwvallen of zelfs in coma raken. Een hypo kan zes tot twaalf uur na de insuline injectie optreden. Als je huisdier een hypo heeft, geef dan direct honing of gewoon (druiven-)suikerwater in de bek. De suiker wordt door het mondslijmvlies opgenomen en zodra je huisdier weer helder is, mag hij weer wat gewoon voer eten. Daarna even overleggen met de dierenarts over wat er verder gedaan moet worden. Als je huisdier braakt of niet wil eten, geef dan geen insuline! Ga je een dagje weg, geef dan niet op een ander tijdstip insuline. Geef ook nooit meer insuline dan met de dierenarts is afgesproken. Sla het spuiten van de insuline liever een dagje over. Als je twijfelt of je wel genoeg insuline gegeven heeft, spuit dan niet nog een keer maar laat het zo. Alleen teveel insuline spuiten kan gevaarlijk zijn, niet of te weinig spuiten niet! Bewaar insuline altijd in de koelkast en zwenk het flesje goed voor gebruik.

 

 

Waarom Chippen?

Al sinds 2013 moeten alle pups vóór de leeftijd van 7 weken verplicht gechipt moeten worden. En voor de leeftijd van 8 weken moet de chip geregistreerd staan. Als je jouw pup ná de leeftijd van 8 weken ophaalt, zal de fokker de chip moeten registreren op zijn naam. Daarna kun je de registratie van de chip op jouw eigen naam zetten. Hiervoor heb je 14 dagen de tijd. Gaat je hond mee naar het buitenland, dan is een chip verplicht.

Waarom zou je je huisdier laten chippen?

Jaarlijks lopen in Nederland duizenden katten, honden en andere huisdieren weg. Een groot deel daarvan, vooral katten, vindt de weg naar huis nooit meer terug. Veel van deze dieren komen via de dierenambulance in asielen terecht. Voor dieren die niet zijn geïdentificeerd en niet in een databank zijn geregistreerd, is het vrijwel onmogelijk de eigenaren te vinden! Een halsbandje met een adreskokertje lijkt een goede oplossing, maar helaas kan dit relatief gemakkelijk verloren gaan, vooral tijdens de avontuurlijke tochten die jouw huisdier soms maakt

Een dier dat vermist is, kan via de chip helaas (nog niet) opgespoord worden. Wel kan van een hond of kat die gevonden wordt, het baasje worden opgespoord door de chip uit te lezen. Zorg daarom ook altijd dat je gegevens up to date zijn. Sinds mei 2018 is de AVG van kracht (de opvolger van de Wet Bescherming Persoonsgegevens). Zodoende mag elk baasje aanvinken welke gegevens mogen worden getoond. Maar een telefoonnummer is toch wel zeer aan te raden! Ook als een dier bij een ongeluk om het leven is gekomen, kan het geïdentificeerd worden. Helaas bestaat er ook malafide hondenhandel, waarbij honden worden mishandeld en verwaarloosd. Willen we dit goed kunnen aanpakken, dan moet de herkomst van een hond kunnen worden achterhaald. Het chippen van dieren is daarbij een goed hulpmiddel.

Alleen chippen is niet voldoende!

De chip moet ook geregistreerd worden en op jouw naam en adres gezet te worden, anders kan men bij vermissing nog steeds niet achterhalen waar de het dier vandaan komt. Er zijn verschillende databases in Nederland waar je de chip van jouw huisdier kunt registreren. Daar zijn wel kosten aan verbonden net als voor het wijzigen van gegevens zijn kosten verbonden. De bekendste database in Nederland is de Nederlandse Databank Gezelschapdieren (NDG). In onze praktijk gebruiken we de Backhomeclub van Virbac. Komt jouw hond uit het buitenland, dan moet je de chip ook binnen 14 dagen registreren. Ben je maximaal drie maanden op vakantie in Nederland en ga je dan weer terug naar het buitenland, dan hoef je hem niet te registreren. Zorg wel dat de registratie in jouw eigen land goed geregeld is.

Gegevens zijn veilig bij de NDG en de Backhomeclub. Alle gegevens worden veilig opgeslagen en beheerd. Om gevonden huisdieren snel terug te brengen naar het baasje geeft de NDG door middel van de baasjeszoeker de mogelijkheid om met het chipnummer de naam van het huisdier, de woonplaats en het telefoonnummer van de eigenaar op te vragen. Met dit systeem zorgen dierenartsen en dierenambulances er ieder jaar voor dat duizenden huisdieren weer veilig thuis komen.

Waar kun je je huisdier laten chippen?

Heb je een hond met stamboom, dan zal de Raad van Beheer de pups komen chippen vóór de leeftijd van zeven weken, dus als jouw pup nog bij zijn fokker is. Ook mogen mensen die beroepsmatig chippen een chip plaatsen. De meeste dieren worden door een dierenarts gechipt. Dat kan ook bij ons.

Wat is een chip precies?

Een chip is zo groot als een rijstkorrel. Het is een klein buisje met daarin micro-elektronica zonder batterij. De chip heeft een onbeperkte levensduur en is geschikt voor vrijwel alle diersoorten. De chip bevat een code, maar is zelf niet actief. Ondertussen zijn er ook weer nog kleinere chips die 10.9 bij 1.6 mm zijn. De dierenarts heeft een scanapparaat en als hij deze in de buurt van de chip houdt dan zendt deze het unieke chipnummer terug naar het scanapparaat. Het chipnummer bestaat uit 15 cijfers. De eerste 3 cijfers vormen de landcode. Voor Nederland is de landcode 528.

Doet het plaatsen van een chip pijn? Met behulp van een vlijmscherpe injectienaald wordt de chip onder de huid gebracht. De chip wordt geplaatst ter hoogte van de linkerschouder. Aangezien de chip klein is en de naald scherp is, is het plaatsen van een chip niet echt pijnlijk. Laat ook de chip regelmatig controleren, bijvoorbeeld bij de jaarlijks vaccinaties.

U kunt ten alle tijde ook zelf een controle uitvoeren als u het chipnummer invoert op http://www.chipnummer.nl